1e Kerstdag 2007

Voorganger : ds. Theun Palma                                                                                                                                         

Organist: dhr. Johan Oenk                                                                                                                                                           

Soliste: Willemijn van der Weerd                                                                                                                                               

Cantorij o.l.v. Edze van der Laan                                                                                                                                      

Trompet: Jan Willem en Jurriën Beimers

Samenzang voor de dienst

Gezang 148 : 1+2 en Gezang 146 : 1+2+4+5+8

Het aansteken van de paaskaars

We zingen: psalm 98 : 1 + 3 + 4

Begroeting en geboorteaankondiging

De 5e kaars wordt aangestoken door één van de kinderen.

Kyrie van F. Durante (1684-1755) door de cantorij.

Kyrie eleison, Christe eleison, Kyrie eleison.                                                                                                                                                Heer ontferm U, Christus ontferm U, Heer ontferm U.

We zingen: gezang 134 : 1 + 2

Gebed.

Project met de kinderen, afgesloten met het projectlied.

1e lezing: Jesaja 9 : 1 t/m 6

 gezang 132 : 1 door Willemijn van der Weerd +2 door cantorij en 3 door gemeente

2e lezing: Johannes 1 : 1 t/m 18

We zingen: Gezang 150 : 1 t/m 5

Kerstmeditatie

Cantorij zingt:

O saligh, heylich Bethlehem  G. Messaus (1629)

  1. O salich, heylich Bethlehem,

O onder duysent uytverkoren,

vereert boven Jerusalem,

want Jezus is in u gheboren.

  1. O Coninck Christe Prince groot.

Hoe wordt Ghij hier aldus ghevonden,

in hoy, in stroo, in sulcken noot,

in arme doeckxkens teer ghewonden.

  1. Ghij wort gheboren in een stal.

Niemant bekent in den nacht stille.

Maer d’ inghels singhen overal:

Peys met den mensch van goeden wille.

Kinderen komen weer in de kerk en zingen een lied.

Declamatie

We zingen samen met de cantorij Gezang 142 : 1+3+5 door cantorij en : 2+4+6 gemeente. : 7 cantorij.

Dankgebed

We zingen: Gezang 143 : 1+2+4

Inzameling van de gaven

Slotlied: Gezang 135 : 1+3

Heenzending en zegen

We zingen: Ere zij God.

“In het begin was het woord en het woord was bij God en het woord was God. Het licht schijnt in de duisternis en de duisternis heeft het niet in haar macht gekregen”.

Het was een donkere avond. Ik was onderweg. Ik weet niet eens precies wanneer of waarheen. Langs de weg: lange rijen lantaarnpalen. Aan bijna elke lantaarnpaal hing een poster van veilig verkeer: Een fietsstuur met een brandende koplamp. Onder die foto de woorden: “Geen licht geen leven”

Een duidelijke en terechte waarschuwing. Het zou best kunnen dat die poster levens heeft gered.

Geen licht geen leven. Dat schrijft Johannes ook in zijn pamflet, zijn evangelie: “Het leven was het licht voor de mensen”. Geen licht, geen leven. Zonder de Here Jezus geen leven.

Kerst 2007. Donkere dagen. Letterlijk en figuurlijk. Moeilijkheden in je familie. Zorgen om de kinderen. Problemen op het werk. Moord en doodslag. Afgelopen zondag nog in Hendrik Ido Ambacht. Een jonge vent wordt doodgestoken door een 16 jarige voorbijganger. Zestien jaar!!! Grote en kleine conflicthaarden over op de wereld. Aardedonker. Onleefbaar. 

Maar dan klinkt Gods Woord. “En dat Woord is God” getuigt Johannes. Als Gods zijn stem verheft, wel dan gebeurt er ook wat. “God zei: “Er zij licht”…. En er was licht”. Wat God zegt gebeurt en wel direct. Nog terwijl Hij de woorden uitspreekt.

Als God zegt: “IK ben er. Ik zal er zijn” wel dan is Hij er. Daar kun je van op aan. Hij maakt je leven leefbaar. De moeite waard.

Het eerste wat Hij maakt is het licht. Licht is een voorwaarde om te kunnen leven. Er is licht in ons leven gekomen. Licht, dat ons de weg wijst. Dat horen we Johannes zeggen: “Het ware licht dat ieder mens verlicht en naar de wereld kwam”

Kerstfeest. Lichtfeest. Lang zul je leven. In de gloria. De feestverlichting zal nooit doven.  De batterij van Gods liefde is oplaadbaar. Onbeperkt kun je haar opladen. Opladen aan zijn Woord. Opladen aan de verhalen van Jezus’ leven. Opladen in je gebed. Vul die batterij dagelijks, want bij dat licht van zijn liefde kun je zien. Bij dat licht wordt je gezien. Nee niet even in het voorbij gaan. Je wordt gezien, en zijn stem zal klinken: “Kom op. Ga maar met me mee. Bij mij is ook jouw leven in goede, in veilige, in liefdevolle handen”. Hoopvolle woorden. “Het licht schijnt in de duisternis en de duisternis heeft het niet in haar macht gekregen”. Dat klinkt moeilijk, maar is eigenlijk zo logisch als wat. Waar het licht brandt kan het niet donker zijn. Waar Jezus is, is liefde.

Jezus is geboren. God de Schepper komt zomaar tussen de mensen wonen. Hij is het licht der wereld. En al is het nog zo donker. “Zijn licht schijnt overal. Hij komt de volken troosten, die eeuwig heersen zal”. En ook al lijkt het lichtje nog zo zwak, nog zo minimaal. Hoe donkerder het is hoe feller het oplicht. Het wijst je de weg. De oude radiodominee, dominee Visser, vertelde in één van zijn wekelijkse radiopraatjes:

Het was in de oorlog. Alles was verduisterd. Ik zag geen hand voor ogen. Toch moest ik verder. Ik had de man, waar ik op bezoek moest, gevraagd een kaarsje voor het raam te zetten. Dat kleine vlammetje wees me de weg. Ik ging er recht op af. Omdat het zo donker was, raakte ik van de weg. Struikelde over boomstronken en allerlei andere obstakels, die ik in het donker niet zien kon. Een paar keer viel ik en mijn voeten hield ik niet droog. Maar ik bleef dat lichtje in de gaten houden. En zo kwam ik uiteindelijk toch waar ik wezen moest.

Al zit je leven vol obstakels, al struikel je nog zo vaak, al val je in diepe kuilen en raak je het spoor helemaal bijster. Houdt het lichtje, dat licht uit de hemel in de gaten. Dan zul je er doorkomen. Je zult komen, nee misschien niet waar je dacht te komen, maar Je zult zijn, waar Jezus is. Er zijn nog altijd kuilen in de weg, onverwachte paaltjes, waarover je struikelt. Obstakels genoeg. Ook in jouw leven.

Maar vandaag, vandaag horen we een blijde boodschap, die heel het volk, ook jou, ten deel zal vallen. Het wordt licht boven donkere velden. Een lichtende ster blijft staan boven een donkere stal. Het ware licht is geboren.   Een nieuwe schepping is begonnen. De Here Jezus. De nieuwe Adam.

Zo heeft de evangelist Johannes de komst van de Here Jezus begrepen: Hij is het licht dat in de wereld komt. Als de vuurtoren boven de donkere zee, als de helmlamp van een mijnwerker in de donkere mijn, als de koplamp van een fietser langs een donkere weg.

De Here Jezus is gekomen. Hij zet ons in het zonnetje. Licht en warm.  Hij maakt, dat wij mensen, kinderen van het licht zijn. Opleven tot nieuwe mensen. Hij maakt dat we opvallen in een donkere wereld. Dat we mensen zijn, die gezien worden, mensen die zelfs in de nacht kinderen van de dag zijn. Mensen, die iets uitstralen van Gods liefde.

En dan gaat het niet om een hoog oplaaiend vuur. Om een spectaculair vuurwerk. In zijn lichtkring zal het kleinste vlammetje schitteren. Zoals dat wakkerende vlammetje, dat Mariska heet:

Als iemands leven donker was, wel dan was het haar leven wel. Ze had een zoon verloren. Kort daarna verloor ze haar man. Toch kwam er weer licht in haar donkere bestaan: Ze hertrouwde en het leven lachte haar weer toe. Maar niet lang daarna bleek ze een tumor te hebben. Het bleek een slopende ziekte. Eerst kwam ze in een rolstoel terecht, daarna in een verpleeghuis. Ze was er slecht aan toe, maar aan iedereen, die het maar horen wilde, vertelde ze dat God goed is, dat zijn liefde sterker is dan die tumor en het leven met Hem groter dan de dood. Eeuwenoude woorden klonken in haar kamertje: “De Heer doe zijn aangezicht over mij lichten”. Ze had één lievelingslied. Lopend door de gangen hoorde je haar schorre stem in haar verduisterde ziekenkamer al van verre: “Van U wil ik zingen, wie d’ engelen omringen, al juichend getuigend uw goedheid o Heer!” Een zwak flakkerend kaarsje, Tegelijk: Een machtig getuigenis. Een hoog oplaaiend vuur voor hen die om haar heen waren.

“In het woord was leven en het leven was het licht voor de mensen”, getuigt Johannes. Een prachtig lied verwoordt het zo: “

Laat je licht helder schijnen, als het duister de aarde bedekt. Voor een volk dat dwaalt in het donker, opdat zij zien zullen, zien een groot licht”

Amen.