Dienst van Woord en Bevestiging.

Voorganger: ds. Theun Palma.                                                                                                                                                                              Organist: dhr Johan Oenk

Emmaüskerk te Hattem, 2 september 2007.

Welkom en mededelingen.

 

De paaskaars wordt ontstoken en we zingen:  Gezang 112 : 1

 

De gemeente gaat staan.

 

Intochtslied: Psalm 86 : 5+ 7

In stilte naderen wij tot God

 

Groet

vg. :  De Heer zij met U.

gm. OOK MET U ZIJ DE HEER

Bemoediging              vg. Onze Hulp is in de Naam van de Heer.

gm. DIE HEMEL EN AARDE GEMAAKT HEEFT. AMEN

Gebed van Toenadering.

 

We zingen ERE ZIJ DE VADER EN DE ZOON. EN DE HEILIGE GEEST. ALS IN DEN BEGINNE. NU EN IMMER. EN VAN EEUWIGHEID TOT EEUWIGHEID. AMEN

Kyrie                   

 

Laten we de Heer aanroepen en de nood van de wereld in zijn handen geven, want Hij alleen is barmhartig. Laten we bidden.

 

Tussen de drie gebeden zeggen we samen hardop  HEER, ONTFERM U.

 

Gloria Gezang 166 : 4

Gebed van deze zondag

Lied van de scholen  Gezang 308 ± 1

Dekinderen komen tijdens het naspel naar voren.

1e lezing± Deuteronomium 24 : 17 - 22

We zingen Gezang 301 : 1 + 4

2e lezing Lucas 14 :  1 en 7 -  14

We zingen  Gezang 70 : 1,3,6

 

Verkondiging.

 

Orgelspel

 

We zingen de Apostolische Geloofsbelijdenis

 

afscheid en bevestiging ambtsdragers

 

afscheid van aftredende ambtsdragers

 

voorganger

     Van een aantal van onze ambtsdragers

     is de ambtstermijn verstreken,

     namelijk van de zusters/broeders ouderlingen N

     en van de zusters/broeders diakenen N.

 

voorganger

     Geliefde broeders en zusters,

     wij laten u gaan en zeggen u dank

     voor de overtuiging, de inzet en de liefde

     waarmee u uw dienst in Christus’ kerk hebt vervuld.

     Wat blijft, is de verbondenheid met het ambt,

     waarin alles wat vertrouwelijk te uwer kennis is gekomen

     geheim zal blijven, ook na uw afscheid.

 

de voorganger bidt

     Het past ons, HERE God, U dank te zeggen

     voor de toewijding van degenen

     die nu hun ambt neerleggen.

     Voor hun volharding en trouw

     prijzen wij U, Bron van alle goed.

     Bevestig het werk van onze handen,

     ja het werk van onze handen, bevestig dat.

     U die blijkens de kracht die in ons werkt,

     bij machte zijt oneindig veel meer te doen

     dan wij bidden of beseffen,

     U zij de heerlijkheid

     in de gemeente en in Christus Jezus

     tot in alle geslachten, van eeuwigheid tot eeuwigheid.

     Amen.

 

 

presentatie van aantredende ambtsdragers

 

Een vertegenwoordiger van de kerkenraad: BRAM staat op en nodigt de aantredende ambtsdragers uit om naar voren te komen

 

De vertegenwoordiger van de kerkenraad BRAM

     Gemeente, tot tweemaal toe heeft de kerkenraad

     u de namen bekend gemaakt

     van degenen die bevestigd zullen worden

     in het ambt van ouderling of diaken.

     Het zijn als ouderlingen de zusters/broeders N

     en als diakenen de zusters/broeders N.

 

 

voorganger

     Dan stel ik vast dat er geen bezwaren zijn.

     Zij zijn dus waardig

     om in het ambt bevestigd te worden,

     waartoe de kerk van Christus

     hen geroepen heeft.

     Loven wij de Heer.

     Wij danken God.

 

De apostel Paulus schrijft:

         ‘Er is verscheidenheid in genadegaven,

         maar het is dezelfde Geest;

         er is verscheidenheid in bedieningen,

         maar het is dezelfde Heer;

         en er is verscheidenheid in werkingen,

         maar het is dezelfde God,

         die alles in allen werkt.’   1 Kor. 12:4-6

         En de apostel Petrus zegt:

         ‘Dient elkander,

         een ieder naar de genadegaven

         die hij ontvangen heeft, als goede rentmeesters

         over de velerlei genade Gods.’   1 Pe.  4:10

 

Wij hebben dat woord dat God spreekt opgevangen, het laat ons niet los, wij leven ermee, met vallen en opstaan. God heeft ons gezocht, en vrede is onze bestemming. Het is God die zijn gemeente sticht. Dat, dat vreemde, dat wij ons aangesproken, geroepen weten, dat is het eigene van de kerk, dat is onze kwaliteit.

Om onze gemeente te besturen, is er een kerkenraad. Predikanten, ouderlingen en diakenen, ze doen allerlei praktisch werk, zoals ieder bestuur dat doet. Maar daarbij: ze zijn ook ambtsdrager, ze bekleden een ambt. In wat ze doen en wat ze zeggen moeten ze verwijzen naar onze opdracht,  naar de taak en de bestemming die wij allen hebben als christenen, leden van de gemeente. De ambtsdragers zijn er dus om onze kwaliteit te bewaken,ons bij onze roeping te bewaren, wij vragen hen ons te helpen gemeente van God, gemeente van Christus te zijn.

Dat is soms erg moeilijk, want de tijden zijn onzeker en de mensen gecompliceerd,

Op veel vragen is geen antwoord. Daarom moet de kerkenraad als geheel en moeten de ambtsdragers persoonlijk oplettend zijn op het woord dat God heeft gesproken, en open staan voor de werking van Gods Geest.

 

Vertrouwend op God, die uiteindelijk zelf zijn gemeente sticht en draagt zullen ze vrolijk en vergevingsgezind, barmhartig en zorgvuldig, vindingrijk en toekomstgericht, ons als gemeente voorgaan op de weg die God wijst.

U, hier, die u bereid verklaard hebt de komende jaren als ambtsdrager zitting te willen nemen in de kerkenraad, ik vraag u nu op te staan en mij bij het uitspreken van uw naam antwoord te geven op deze vraag:

wilt u uw taak als ouderling of diaken naar eer en geweten vervullen, in gehoorzaamheid aan de roeping waarmee God zijn gemeente heeft gesticht, met oog voor de situatie waarin mensen - jong en oud - verkeren, hun vreugde en hun verdriet, en ook het lijden dat zij soms dragen moeten, en wilt u in alles steeds weer vertrouwen op God,  omdat wij allen, ambtsdragers en gemeenteleden,leven binnen het krachtenveld van zijn liefde.

Wat is daarop uw antwoord? JA, DAARTOE HELPE MIJ GOD.

God wil u met uw gaven en met uw beperkingen in dienst nemen.

Hij zal u ook de kracht en de moed geven uw taak te volbrengen. weet ook dat we als leden van de kerkenraad  elkaar willen helpen en bijstaan. En weet dat ook de leden van deze gemeente dankbaar en erkentelijk zijn  voor allen die hun tijd en energie geven om de kerk op te bouwen.

De God van Abraham, Izaäk en Jacob schenke u zijn genade en trouw. Hij geve u overvloedig zijn hoop, opdat u geworteld en gegrond moge blijven in de liefde van Christus, zijn Zoon, onze Heer en Heiland. Amen

 

voorganger

     Gemeente,

     dit zijn uw nieuwe ouderlingen en diakenen.

     Wilt u hen in uw midden ontvangen

     en hen hooghouden in hun ambt?

     Ja, dat willen wij van harte.

 

 

De God van Abraham, Izaäk en Jacob schenke ook u zijn genade en trouw. Hij geve u overvloedig zijn hoop, opdat u geworteld en gegrond moge blijven in de liefde van Christus, zijn Zoon, onze Heer en Heiland. Amen.

 

We zingen staande: Evangelische Liedbundel lied 79 : 1+2+3+4 ( = herhaling couplet

 

Dankzegging, voorbeden, stilgebed en Onze Vader

Inzameling van de Gaven

Slotlied: Gezang 441 : 1+12

Heenzending en Zegen

Beste mensen, gemeente van de Heer.

Lucas vertelt ons vanmorgen een beetje een raar verhaal. Nee, niet vanwege de maaltijd, die wordt gehouden. Dat is gewoonte in de tijd. Op Sabbat komen de Joden ’s middags bij elkaar om samen te eten. Het is een feestmaal. Iedereen is vrolijk en blij. De sfeer is goed. Jezus is er ook bij. Commentaar te over dus. Zijn aanwezigheid bederft de sfeer. Niet door hem, nee door degenen, die hem hebben uitgenodigd. Dat is niet uit vriendelijkheid geweest. Ze wilden wel eens zien wie Hij is. Ze vertrouwden Hem voor geen cent. Met argusogen hielden ze Hem in de gaten. De oren wijd open. Of, zoals Lucas schrijft: “Toen Hij op sabbat naar het huis van een vooraanstaande Farizeeër ging, waar hij voor een maaltijd was uitgenodigd, hielden ze Hem in het oog”.

Dat is de sfeer daar aan tafel. Jezus heeft dat ook in de gaten. Op Zijn beurt houdt Hij zijn tafelgenoten in het oog.  Lucas vertelt: “Hij had gezien hoe ze de ereplaatsen voor zichzelf kozen”.

Ik denk, omdat wij hier in de kerk volgende week met elkaar de maaltijd vieren, kwam in mij op: Zo ervaar ik soms de viering van het Heilig Avondmaal ook. Zeker toen ik wat jonger was. Ik had het gevoel, dat iedereen iedereen in de gaten hield. Kijk die gaat ook, nou zeg, anders zie je ze nooit. Wat moeten die kleine kinderen daarbij. Ze snappen er immers niks van. Toen ik nog thuis woonde zat er bij ons voor in de kerk iemand, die we door de week maar een zwendelaar vonden. “Nou zit ie vooraan, moet je hem morgen eens zien”. Dus: Toch óók een beetje een vreemde sfeer. Wantrouwen vertroebelt ook het feest van de maaltijd des Heren.

Maar net als daar aan tafel bij die Schriftgeleerde is dat helemaal fout. De Joodse wet schrijft voor de Sabbat een derde maaltijd voor. Door de week at men tweemaal per dag, maar op Sabbat werd daar een feestmaal aan toegevoegd. Het feest van de bevrijding. De bevrijding uit Egypte. Tijdens de maaltijd hier in de kerk volgende week gaat uit ook om een feestmaal. Het feest van de bevrijding door Jezus Christus onze Heer. Daar horen we blij te zijn, blij met elkaar, blij met Jezus Messias, onze gastheer.

En om het die disgenoten toen en ons nu duidelijk te maken, dat het om niet zomaar gezellig een hapje eten gaat, vertelt de Here Jezus ons vanmorgen een verhaal. Tijdens gewone maaltijden zitten de belangrijkste gasten vaak op de belangrijkste plaatsen. Zo niet tijdens dat feestmaal op Sabbat. Daarover schrijft Deuteronomium 24, we hebben het gehoord: Voor God is iedereen gelijk. “Bedenk dat u zelf slaaf bent geweest in Egypte”. Net als al die andere mensen. Dat moet je bescheiden maken. Dat vraagt iets van je, zoals we dat tegenwoordig in goed Nederlands zeggen, dat vraagt iets van je lifestile.

Dus wat ik straks zei over die man voor in de kerk, die door de week daar niet naar leefde klopt. Je manier van leven en je plaats aan de maaltijd van de Heer, moeten wel met elkaar in overeenstemming zijn. Alleen… en dat is het grote verschil. Daar ga ik niet over. Daar gaan wij met zijn allen niet over. Daarover gaat de gastheer. Daarover gaat God. Zoek een bescheiden plekje. “Als u wordt uitgenodigd, kies dan de minste plaats, zodat uw gastheer tegen u zal zeggen: ‘Kom toch dichterbij”.

 En dan is er nog iets heel bijzonders in dat korte verhaaltje dat Jezus vertelt: Het gaat om een bruiloft. Dat beeld gebruikt Hij niet voor niets. Tijdens deze bijzondere maaltijd op de Sabbat, tijdens het Avondmaal volgende week gaat het om de toekomst, over de dag, dat wij de maaltijd zullen gebruiken met Jezus als onze Gastheer. Over het Koninkrijk van God. Bruiloft is het beeld van de bruiloft tussen Jezus en zijn gemeente. Onze viering volgende week is een maaltijd met het ook op het bruiloftsmaal in Gods Toekomst. Daarop wijzen ook de Griekse werkwoordsvormen, die hier worden gebruikt. Zij wijzen naar voren.

En de wapenspreuk van dat Koninkrijk is een heel bijzondere. Eén die in onze wereld, in ons leven helemaal niet  past: “Wie zichzelf verhoogd zal vernederd worden, en wie zichzelf vernedert zal verhoogd worden”.

Met dat laatste hebben we moeite. Jezelf vernederen, jezelf ondergeschikt maken, jezelf minder belangrijk vinden. Het past vaak niet in ons karakter. We stellen zo graag iets voor. We gaan soms prat op onze prestaties. We voelen ons vaak meer en beter dan de bedelaar op de hoek van de straat. Nee hoor, we geven niets. Laat ie eerst maar  gaan werken voor zijn geld. Moet ik ook. En zo kunnen we denk ik ook in ons eigen leven genoeg voorbeelden vinden. Maar Deuteronomium zegt: Ook jij was een slaaf. En Jezus houdt ons voor: Verneder jezelf, pas dan stel je in mijn ogen iets voor. Pas dan kun je een goede burger zijn in mijn Koninkrijk.

Moeilijk. Eigenlijk wel. Maar het staat er echt. We moeten dat woord ‘vernederen’ alleen wel goed begrijpen. Het gaat hier niet om kruiperigheid, om onderdanigheid. Het is ook geen teken van zwakte of lafheid. Nogmaals gezegd. Het gaat hier om de manier waarop wij leven. Het gaat er hier om, dat ons geloof in overeenstemming is met ‘hoe we zijn, hoe we doen’. Paulus schrijft het in zijn brief aan de Collossenzen in niet mis te verstane woorden: “Omdat God u heeft uitgekozen, omdat u zijn heiligen bent en Hij u lief heeft, moet u zich kleden in [ dat betekent moet aan u te zien, te horen en te merken zijn ] moet u zich kleden in innig medeleven, in goedheid, zachtmoedigheid en geduld”.

En zijn dat ook niet de kernwoorden van onze taak als ambtsdragers van onze gemeente? Is dat niet eigenlijk de samenvatting van onze taak. Moeten we op deze manier niet proberen Gods Koninkrijk te verkondigen, te verkondigen in Woord en in Daad? Het is een taak van de hele gemeente, dat wel, maar zeker ook die van ambtsdragers in een gemeente die de Naam van haar Heiland draagt. Medeleven, goedheid, zachtmoedigheid en geduld.

Met die woorden in onze gedachten, door te proberen op deze manier ons leven en werken inhoud te geven, kunnen we aan de slag gaan de komende jaren. Met die woorden ook kunnen we ons de komende week voorbereiden op de viering van volgende week. Dan wordt het echt feest in de kerk. Want dan wordt ons eer betoond ten opzichte van elkaar. Door God, onze Maker.

Met die woorden mogen we als ambtsdragers aan het werk gaan. Tot eer van Christus en zijn gemeente.

Maar die eer mogen we niet nastreven. Anders gezegd: We mogen het er niet omdoen. Dat vertelt Jezus ons in de tweede gelijkenis. Ons werk als ambtsdragers is werk ‘om niet’. Je doet het niet om er iets voor terug te krijgen. Om niet, belangeloos doe je wat je doen moet. Tot welzijn van je medemens en daarmee tot eer van God.

Doen we dat niet, dan vervalt al ons werken, al ons geloven tot een uiterlijke vorm. Schone schijn.

Het gaat om een innerlijke houding, die in de brief Efeze een prachtige inhoud krijgt, die mens en wereld uiteindelijk beter zal maken: “Verdraag elkaar uit liefde”.

Dat bid ik jullie als ambtsdragers toe. Dat bidt ik ons allemaal toe als we volgende week samenkomen rondom brood en wijn. Amen.