Kerkdienst 28 juli 2007 te Hattem
Ø Welkom door de kerkenraad
Ø Introïtus: Psalm 68 : 4 + 9
Ø Stil Gebed
Ø Votum en Groet
Ø Drempelgebed
Ø Klein Gloria
Kyrië
Gloria
Ø Gezang 254 : 1
Ø Gebed van de zondag
Ø Lied van de school: gezang 432 : 1
KINDEREN
Ø 1E LEZING: Zacharia 8 : 4-8 en 20-23
Gezang 479 : 1,4
Ø 2E LEZING: Marcus 8 : 11-26
Gezang 168 : 5,6
Ø Verkondiging
Orgelspel
Ø Credo: Geloofslied: Gezang 399 : 1,4,5
Ø Dankzegging, voorbeden, Stil Gebed en Onze Vader.
Ø Inzameling van de Gaven
Ø Slotlied: Gezang 86 : 1,5
Ø Heenzending en zegen.
Gemeente van de Heer.
In Zacharia hebben we gelezen hoe de wereld er volgens de profeet uit zal zien. Het is een fantastisch beeld wat Hij ons schetst. Je kunt het je zeker in onze tijd haast niet voorstellen. Ouderen kunnen weer veilig over straat. Kinderen hebben ruimte om te spelen. Volken en natiën zullen niet langer met elkaar vechten. Ze zullen samen de Heer God bidden. Ongelooflijk in onze ogen. Daar lijkt het immers helemaal niet op. Eerder het tegendeel. Ik hoef daar denk ik geen voorbeelden van de te geven. In het midden oosten moorden volken elkaar uit. Irak leeft nog steeds op de puinhopen van geweld. In Engeland zijn de aanslagen aan de orde van de dag. In Nederland hoor je van moorden en mishandelingen. Kinderen zijn soms zelfs niet veilig voor hun eigen ouders. En zo zijn er helaas nog heel veel meer voorbeelden te noemen. Allemaal kleine en grote rampen.
Onvoorstelbaar, die wereld van rust en vrede, waarvan Zacharia ons vertelt. Voor de mensen toen net zo goed als voor ons nu: Zij zagen de rokende puinhopen van Jeruzalem. wij zien hoe onze wereld kraakt door alle geweld, door alle onrecht. Nee, het kan eenvoudig niet waar zijn. Onmogelijk.
Maar, gemeente, God liet het Zacharia in visioenen zien: het kan wel, maar niet zonder hulp. Hulp van hogerhand. Hulp van boven. Niet samen vechten, geen ellenlange discussies over hoe het moet en hoe niet, nee samen bidden. Bidden tot de God, die de wereld zo anders heeft geschapen.
God, die gezegd heeft: ”Al zal dit in de ogen van het overblijfsel van dit volk in die dagen in de ogen van ons hier in de kerk te wonderlijk zijn, zou het dan ook in mijn ogen te wonderlijk zijn?”
Met andere woorden: God laat aan zijn profeet zien en bij monde van diezelfde profeet ons vanmorgen weten: Wat volgens jullie niet kan, kan wel degelijk, maar daar heb jij Mij bij nodig. Buig daarom je knieën en bidt! “De inwoners van de ene zullen zich begeven naar de andere en zeggen, laten wij toch heengaan om de gunst des Heren af te smeken”.
Alleen maar bidden dus en dan komt het wel goed? Dat zou makkelijk zijn, al te makkelijk. Mens leef maar aan. God zal alles wel weer goed maken.
Maar zo is het niet. Er is meer voor nodig. We zullen op God moeten vertrouwen. In Hem moeten geloven. Geloven dat wat voor ons onmogelijk is voor Hem mogelijk is. Geloof het maar, want zonder geloof vaart niemand wel. Een bekend en o zo waar gezegde.
De mannen uit de profetie doen meer dan bidden. Samen gaan vertegenwoordigers van alle volken naar een Judese man en grijpen zich vast aan zijn slip. Ze zullen “met Hem gaan” staat er dan.
Dat is niet zomaar een stukje met Hem oplopen. Nee, veel meer dan dat. Het betekent. Ze zullen doen wat Hij doet. Ze zullen zeggen wat Hij zegt. Ze zullen dus leven naar zijn wil, want Hij is de man met wie God is: “want we hebben gehoord, dat God met u is” Hij is de man, die in staat is die mooie wereld op aarde waar te maken. Door Hem maakt God alles nieuw, wat in onze ogen niet nieuw te maken is.
En zo is het ook gebeurd: Een man verscheen aan de Jordaan en een stem klonk uit de hemel: “Deze is mijn geliefde Zoon”
Zie daar, de Judese man. Immanuël is zijn naam: God is met Hem. Hij is de Middelaar. De Middelaar tussen hemel en aarde. Tussen God en de mensen. Door vele wonderen en tekenen liet Hij zien, dat de prachtige dingen, die de profeet Zacharia voorziet, geen mooie droom zijn maar de werkelijkheid. Kinderen konden bij Hem terecht. Mensen volgden Hem. Geloofden in Hem. Bij Hem was geen geweld te vinden, geen ziekte en geen dood. Een nieuwe wereld. Onvoorstelbaar.
Maar de mensen, en moet ik er eerlijkheidshalve niet bij zeggen> Wij allemaal, begrijpen er niets van. Het is voor ons een onzichtbare wereld. En niet alleen voor ons, ook voor de mensen die Hem zeer nabij zijn. Zelfs zijn leerlingen begrepen er helemaal niets van. Zij verdeden hun tijd met heftige discussies, maar begrepen de tekenen niet.
Op de boot, waarmee ze onderweg waren naar Betsaïda krijgen ze ruzie, omdat één van hen had vergeten brood in te kopen. Brood voor onderweg. De Here Jezus hoorde het aan en werd verdrietig en boos tegelijk. “En Hij, diepzuchtend in zijn geest, zeide: Waartoe begeert dit geslacht een teken?” Hebben jullie er dan helemaal niets van begrepen? Nog maar net hebben jullie voor de tweede keer een wonderbare spijziging meegemaakt. Het teken dat bij Jezus niemand honger hoeft te lijden. Ik ben immers het brood voor jullie leven. Jullie zien de tekenen, maar tegelijk ook. Jullie missen het inzicht. Jullie kunnen maar niet begrijpen, dat al de tekenen, die ik doe, tekenen zijn van het Rijk van mijn Vader in de hemel, dat Rijk dat de profeet Zacharia wel zag. Jullie zijn er eenvoudig blind voor.
En zo zijn we bij het verhaal van de genezing van de blinde man. Een blinde man kan weer zien. Een prachtig wonder en tegelijk opnieuw een teken van Gods Koninkrijk.
Maar Jezus wil ons met dit wonder meer laten zien. Het is ook een geloofsles voor zijn ruziënde leerlingen en voor ons allemaal.
Achter dit verslag van deze bijzondere gebeurtenis schuilt een boodschap, een blijde boodschap. De discipelen zagen het niet. Zien wij het wel?
Laten we het verhaal nog eens met andere ogen bekijken. Met de ogen van de evangelist, die dit voor zijn gemeente heeft opgeschreven. Een gemeente, die precies begreep, wat Marcus wilde zeggen. Begrijpen kon ook, omdat zij meer dan wij, gewend waren de symbolen in en achter de verhalen te begrijpen. Voor de twaalfde en laatste keer beschrijft Marcus een wonder van Jezus. Dat is bijzonder. Immers Jezus deed vele wonderen en tekenen. Waarom er dan maar twaalf beschreven? Dat deed Marcus niet zomaar. Dat was geen toeval. Daarmee wil hij ons duidelijk maken, met welk doel Jezus deze wonderen deed. Waarvoor Hij op aarde is gekomen.
De lezers van toen begrepen het, ze kenden de symbolische betekenis van het getal twaalf. Drie maal vier. Drie het getal, waarin ze God zagen: Vader, Zoon en Heilige Geest. Vier getal van de aarde. Vier windstreken. Marcus wil zeggen: Waar Jezus is vallen hemel en aarde samen. Daar gebeuren voor mensenogen vreemde en wonderlijke dingen. Daar wordt iets zichtbaar van de hemel op aarde. Van dat rijk, waarover Zacharia het had. Maar wij zien het niet. We zien de puinhopen, maar verder reikt ons oog niet. Dat kunnen we alleen zien, alleen geloven als Jezus ons aanraakt. Als wij ons door Hem laten raken.
Jezus raakte de ogen van de man aan. En de man laat zich aanraken door Jezus. Hij gelooft in Hem en vertrouwt Hem. Daar gaat het dus om. Je laten raken door de Heer. In Hem geloven en hem vertrouwen
Maar er gebeurt nog iets bijzonders. Voor het eerst lijkt de genezing te mislukken. Er is een tweede poging nodig. De man zag wel, maar nog vaag. De man zag mensen bewegen als bomen. Opnieuw een symbolische opmerking van Marcus: Bomen zijn in de bijbel symbool voor het paradijs.
Nadat Jezus de ogen van de man voor het eerst had aangeraakt bewegen de mensen als bomen. Leven ze in een paradijs, het nieuwe paradijs. De man werd ziende: Hij zag de mensen lopen in het nieuwe paradijs.
Niks geen mislukking: De eerste handoplegging laat de blinde man op Bijbelse wijze naar mensen kijken. Niet de puinhopen zijn hun lot, maar een leven bij God. Hij wandelde met de mensen. Hij wandelt ook met ons. Als je het maar zien wil. De tweede handoplegging maakt dat de man alles weer scherpt ziet. Dat wil zeggen: zoals wij het allemaal kunnen zien. Nee er is geen sprake van een tweede geslaagde poging. Deze man ziet in en begrijpt, dat de wereld zoals wij die kennen niet het einde is. Mensen werkelijkheid en Gods werkelijkheid vallen in zijn ogen samen: Op de puinhopen van Jeruzalem, zal het nieuwe Jeruzalem gebouwd worden. Door Jezus, de Judese man, zal het visioen van Zacharia werkelijkheid worden. Daarom, gemeente: Bidt en werk. Alleen zo zullen ook wij niet langer ziende blind zijn. Amen