Eredienst 6 mei 2007 te Hattem. Zondag Cantate.

Medewerking: organist Johan Oenk; Cantorij o.l.v. Edze van der Laan.

 

Welkom en mededelingen

Aansteken van de paaskaars

 

Intochtlied: psalm 98 : 1+2

Stil Gebed

Bemoediging en Groet

Drempelgebed:

God van mensen, wij bidden: Raak ons door uw liefde.

God van trouw, wij bidden: Raak ons aan met uw waarheid.

Heer van gerechtigheid, wij bidden: Beschaam ons door uw vergeving

Vader van uw vrede, wij bidden: Maak ons bereid tot lof en offer. Amen

Klein Gloria

 

Kyrie:

Heer, wij roepen om uw erbarmen  en de vernieuwende kracht van uw Geest.

Opdat uw liefde alle vrees zal uitdrijven, uw goedheid alle geweld verwijderen.

Heer ontferm U

Opdat uw wijsheid alle waan ontmaskert, uw trouw alle ontluistering geneest.

Heer ontferm U

Opdat uw offer elke vijand verzoent, uw hand de tranen droogt,

Heer ontferm U,

Opdat uw volheid alle leegte vervult, uw vrede de aarde bewoont

Ter wille van uw liefde, ter wille van uw trouw,

Ter wille van uw goede Naam op aarde.

 

Prefatie naar Gloria:

Gezegend is de Heer die eeuwig van ons houdt.

Hij schreef onze naam in de palm van zijn hand.

Hij zal alle tranen afwissen en een lach leggen op onze tong. Alle eer aan de Heer.

 

Glorialied: psalm 98 : 3 [ cantorij ] en 4 [ gemeente ]

Cantorij: Deuteronomium 6  [ met inspreekstem ]

 

Gebed bij de opening van de bijbel

Om uw Geest bidden wij Heer, dat Die ons ontvankelijk make, aanspreekbaar voor uw Woord, vatbaar voor uw liefde.

Wij bidden: Leer ons verstaan zoals u ons hebt aangesproken

Leer ons U kennen, zoals U zich hebt laten kennen,

Leer ons ontvangen, zoals U zich hebt gegeven. Hier in de kerk. Thuis bij de kerktelefoon en in de nevendiensten van de kinderen. Amen.

 

Kinderen [ praatje over de paaskaars ]

1e lezing: psalm 145

We zingen: psalm 145 : 1 + 2

2e lezing: Handelingen 11 : 19-30

We zingen: Gezang 313 : 1+2 [ gemeente ] ; 4+5 [ cantorij ] ; 7 [ gemeente ]

Uitleg en Verkondiging

We zingen: Gezang 225 : 1+3+5 [ gemeente ] ; 2 + 4 [ cantorij ]

 

Dankzegging, voorbeden, stil gebed en Onze Vader

Slotlied: Gezang 21 : 1+7

Heenzending

Zegen

 

Wilhelmus

 

Gemeente van de Heer.

 

Bent u nog wel echt blij, dat God voor u zorgt, dat Hij onze Schepper is, dat Jezus is gekomen als onze Bevrijder. Zo blij dat u het zou willen uitzingen? Juist ook vandaag op zondag cantate?

Het is op een zondag in 1945. De kerken stromen vol. In veel gevallen moeten er stoelen bij. Iedereen is vrolijk. Blij klinken de liederen. Nederland is bevrijd. Leve de bevrijder. Overal is het feest. Ook in de kerk. Eén lied klinkt in bijna alle kerken.  Enthousiast en met overtuiging: Psalm 66 : 5. Natuurlijk nog in de oude berijming:

 

Een net belemmerd’ onze schreden

een enge band hield ons bekneld.

Gij liet door heerszucht ons vertreden,

Gij gaaft ons over aan ’t geweld.

Hier scheen ons ’t water t’ overstromen

dáár werden wij bedreigd door vuur,

maar Gij deed ons ’t gevaar ontkomen,

verkwikkend ons ter goeder uur.

 

Ontroerd klinken de woorden uit vele monden.  Het is feest in de kerk. Dankbaarheid en blijdschap krijgen de boventoon. We zijn bevrijd. Een nieuw begin. Wat zijn die mensen blij, blij ondanks verdriet, ondanks gemis. God is goed: ‘Gij deed ons ’t gevaar ontkomen, verkwikkend ons ter goeder uur’.  

 

Het is de 1e eeuw na Christus. Stefanus wordt geëxecuteerd. Anderen worden vervolgd omdat zij Jezus willen volgen. Ze vluchten. Veel komen in Antiochië terecht.   Zo ontsnappen ze aan hun onderdrukker. Er is verdriet om Stefanus, zorg om wie ze moesten achter laten, maar: Wat een blijdschap. Het is feest. Velen komen tot geloof. De gemeente groeit en bloeit. Voor het eerst sluiten zich ook Grieken aan. Daar wil ik bij zijn, denkt Barnabas. Hij zag, wat God in zijn goedgunstigheid had bewerkt en Hij verheugde zich. Blijdschap wil je delen. Vieren met anderen. Daar moet Paulus ook bij zijn, denkt hij. En hij gaat op weg naar Tarsis om hem op te halen. Misschien zongen ook zij het wel net als in 1945 en net zo overtuigd en blij: “maar Gij deed ons ’t gevaar ontkomen, verkwikkend ons ter goeder ure”. Wat een feest.

Het is 6 mei 2007. We zitten in de kerk. Het is zondag cantate. Laat ons loflied klinken, betekent dat. We vierden onze bevrijding. We vieren, dat de Here Jezus is opgestaan. Dat Hij onze Bevrijder is.  Het is feest in de kerk.

Echt waar? Is het hier vanmorgen feest in de kerk. Zingen we met dezelfde blijdschap en overtuiging onze liederen als toen in 1945, toen in de eerste eeuw?

Onze kerkdiensten vind ik geen feest, hoorde ik iemand deze week zeggen. Onze kerkdiensten zijn saai, mopperen veel jongeren. En hebben ze niet een klein beetje gelijk? Toch zingen we woorden van bevrijding. Een feestlied:

Uw goedheid, Heer, gaat boven mijn begrippen,

uw goedheid, Heer,  is altijd op mijn lippen,

en juichend zal men overal bezingen

uw recht, o Heer, uw trouw aan stervelingen.

 

Prachtige woorden uit psalm 145. We zingen ze met de mond. Maar ons gezicht doet vaak niet mee. Zingen we ze wel uit ons hart? Met hart en ziel? Voelen we ons werkelijk bevrijde mensen? Is deze dienst werkelijk een bevrijdingsdienst in alle opzichten? Verheugen we ons, zoals toen in al die stampvolle kerken, zoals toen daar in Antiochië. Roepen we het anderen toe: Zorg dat je erbij komt…Dit feest is ook voor jou? Vieren we vanmorgen feest met elkaar en vieren we het zo, dat we elkaar, dat we anderen aansteken, aansteken met de Geest, die ons beweegt?

 

Psalm 145 is een feestpsalm. Een loflied. Loflied van David staat er boven. Het is zeer de vraag of David dit lied werkelijk gedicht heeft. Er is in deze psalm geen sprake van een verheerlijking van een aardse koning. Hier is sprake van een prijzen van God en zijn koningschap. Het is een aubade tot eer van de Koning met hoofdletters geschreven. En niet omdat Hij jarig is. Het ‘ik’ in deze psalm is denk ik ook niet één persoon. In deze psalm zingt de gemeenschap, de gemeenschap van de gelovigen van álle tijden en van álle plaatsen. Een gemeenschap, die Gods lof bezingt. Alles in deze psalm wijst er op dat we er beter vanuit kunnen gaan, dat hier de gemeente en dáárom óók ik, iedere gelovige, als deel van de gemeente, aan het woord is.

Ik heb het een paar keer gedacht en u nu misschien ook wel. Hebben we nou werkelijk reden om zo blij te zijn, om zingend voor God uit ons dak te gaan? Ja toen, na vijf jaar oorlog. Toen was er alle reden om blij te zijn. Maar nu? De straten zijn niet veilig meer. De angst voor terrorisme is wereldwijd. Of…nog steeds drukt die steen van verdriet, van gemis zwaar op mijn hart. Ik zit gevangen in mijn verdriet, mijn zorgen. En vult u zelf maar aan. Laat een uitbundig feest maar even aan mij voorbij gaan.

Toen in de vroege gemeente, ja toen konden ze blij zijn. Een groot aantal mensen werd door de Heer gewonnen. Nu blijven steeds meer kerkbanken leeg. Nee hoor, geen enkele reden voor een feest.

Gemeente van Christus, hoe begrijpelijk deze gedachten ook zijn.  We moeten het omdraaien. Juist omdat ons lof/ ons feestlied verstomd blijven de banken leeg . Het is in de kerk niet meer aantrekkelijk. En misschien is het ook wel zo, dat al die ellende in de wereld erger en erger wordt, juist omdat in onze wereld God aan de kant geschoven wordt. Zijn Naam vergeten wordt. Er voor Hem geen aubade meer wordt gehouden.

Onze kerkdiensten noemen we vieringen. Maar vieren we nog wel wat? Zo, dat steeds meer mensen gaan denken: Daar wil ik bij zijn? Daar gebeurt iets moois?

 

“O Heer, mijn God, Gij koning van ’t heelal, ik wil uw naam verheffen bovenal. Van dag tot dag roem ik uw majesteit, ik zegen u voor eeuwig en altijd”.

Zo mogen we onze Heer toezingen. Blij en dankbaar toezingen. Maar dat moet dan wel te horen zijn, dat moet dan wel te merken zijn. Want alleen zo maken we God en Jezus Messias tot middelpunt van ons feest en daarmee tot middelpunt van ons leven.

Ja ook dat laatste. Uw Naam verheffen betekent namelijk “Hem hoog houden”. God hebben we hoog zitten en dat mag gezien, dat mag gehoord worden. Hoera, leve de koning. Leve de Koning van het heelal.

Hij is goed. Hij is goed voor ons allemaal. Maar Hij is geen goeierd, die maar doet wat je zegt. Je kunt hem niet zomaar voor je eigen karretje spannen, zoals in 40/45, toen Hitler op de koppels van zijn soldaten liet graveren: “Gott mit uns”.  En dus niet, is dan de conclusie: Met de geallieerden. Met de zigeuners, met de joden. Nee: “Gott mit uns”.  Kijk dan is God keihard: “Hij verdelgt de goddelozen”, zingen we. God is groot. Daarom vieren we feest.

God zórgt ook voor ons en ook daarom zingen we Hem blij en dankbaar toe met woorden uit psalm 145:

“Een steun is de Heer voor wie is gevallen, wie gebukt gaat richt Hij op”.

 

Ja werkelijk, de zorg van God voor u, voor jou en voor mij is groot, zo groot dat je niet anders kan doen dan Hem toezingen. Alleen dat ervaar je niet rechtstreeks maar indirect. Dat ervaar je door wat mensen in Zijn Naam voor je doen. Wat jij in Zijn Naam voor anderen doet.

God maakt zijn Naam, maakt zichzelf betekent dat, door zijn daden bekend. En Hij draagt mensen op dat in de praktijk te brengen Hij geeft ons die opdracht in zijn 10 woorden: “Gij zult mijn Naam niet ijdel gebruiken”. Dat heeft niet alleen te maken met grove taal in je mond nemen. Gods Naam ijdel gebruiken is Gods daden onbelangrijk vinden, zo onbelangrijk, dat je het niet eens de moeite vindt ze in de praktijk te brengen. Gods Naam – dat is wie Hij is en wat Hij doet – Gods Naam ijdel gebruiken is Zijn daden naast je neerleggen, ze afdoen als onbelangrijk. Geen tijd. Door dat te doen, door dat te zeggen, gebruik je Gods Naam ijdel en doe je jezelf, doe je je medemensen en daarmee God te kort.

Gods Naam gebruiken is zijn zorg voor ons allemaal in de praktijk brengen door zorg te hebben voor elkaar. Doen we dat, wel dan zijn we wat we net zongen: ”Getuigen van zijn heerlijk licht”. Dan mogen we roemen in zijn overwinningsmacht. Dan wordt het werkelijk feest in de kerk. In de kerk en ver daar buiten. Dan zullen velen dat feest met ons mee willen vieren. Dan gaan van mond tot mond zijn geduchte daden, van eeuw tot eeuw slaat men zijn werken gade”

“Zondag cantate”. “Zingt voor de Heer, een nieuw gezang. Hij laaft u heel uw leven lang“. Me dunkt: een feest meer dan waard!  Amen.