Liturgie voor de 1e zondag van de 40-dagen-tijd op 10 februari 2008.

Welkom en mededelingen

Aansteken van de paaskaars met gesproken tekst.

Licht, geschapen, uitgesproken/ Licht, dat straalt van Gods gelaat/ Licht uit Licht, uit God geboren/  groet ons als de dageraad/ Licht aan liefde aangestoken/ Licht dat door het donker brand./ Licht, onstuitbaar, niet te doven/ zegen ons met morgenrood.

Aanvangslied: psalm 137 : 1+3                                                                                                                                          

Moment van Stilte

Votum en Groet

Drempelgebed

Klein Gloria

Kyrië                                                                                                                                                                                       

Gezang 187: 1

Gebed van de zondag.

Lied van de scholen: Gezang 408 : 1

40-dagen-project “Opstaan uit Verdriet

We zingen het projectlied

Uitleg liturgische schikking

1e lezing: Nehemia 1 : 1 t/m 4 en 2 : 1 t/m 10 
 

Gezang 263 : 1, 4, 6 

2e lezing: Matteüs 4 : 1 t/m 11

Gezang 184 : 1+4+6

Preek

Gezang 264 : 1+4

Dankzegging, voorbeden, stil gebed, Onze Vader.     

Fam. Oving

Inzameling van de Gaven

Slotlied:  Gezang 489 : 1+2+6 

Heenzending en zegen.

Gemeente van onze Heer Jezus Christus,                                                                                                                                              

Als je uit je land vlucht, snijd je wortels af. Dan neemt de wind je mee, soms hier, soms daar naar toe. Soms komen berichten van thuis binnen. Ze vrolijken je op, of ze maken je verdrietig. Je verlangt er dan naar om terug te gaan, mee te werken aan de toekomst.

Nehemia werkt samen met zijn broer Ezra aan het hof van koning Artaxerxes in Susan. In het huidige Iran. Hij is wijnschenker van de koning en heeft het er goed, maar toch verlangt hij naar huis. Hij had gehoord, dat het niet goed gaat met de achterblijvers, met Jeruzalem.

Ineens kon ik mij voorstellen, hoe het moet zijn met de vluchtelingen uit Irak of Afghanistan, uit Kenia of Somalië. Telkens weer horen zij berichten, zien zij beelden van de ellende in hun land. Dat moet moeilijk voor hen zijn. Ze maken zich zorgen, voelen zich verdrietig. Steeds heviger verlangen zij naar huis, slaat de heimwee toe. Je wilt wat doen, maar je kan niet.

Zo vergaat het Nehemia ook. Het grote verschil is, dat hij ook werkelijk iets kan doen, waar de vluchtelingen in ons land machteloos moeten afwachten en toezien hoe verschrikkelijk verkeerd het gaat in hun vaderland. Nehemia is in een positie, dat hij dat wel heeft. De koning ziet zijn verdriet. Hij vraagt wat er loos is. En dat niet alleen: De koning doet ook iets. Een garantie voor veilige reis naar huis. Mogelijkheden en materiaal om daadwerkelijk iets te doen in Jeruzalem.

Koning Artaxerses leert ons vanmorgen, dat je op zijn minst naar ontheemden kunt luisteren Dat je begrip toont en met hen meeleeft Dat je, als je er iets aan kunt doen, dat ook daadwerkelijk doen moet.

Nehemia leert ons, dat bidden tot God helpt. We kunnen misschien weinig doen, maar we hebben de vrijheid om God te bidden en de kansen te grijpen, die je krijgt. Nehemia doet een schietgebedje als de koning hem vraagt, waarom hij zo verdrietig kijkt. “Wat is dan je wens?” vroeg de koning. “Ik bad tot de God van de hemel, en antwoordde de koning: Als het de koning goeddunkt, en als U het mij, uw dienaar toestaat, stuur mij dan naar Juda om de stad te herbouwen waar mijn voorouders begraven liggen’.

Zo’n schietgebedje helpt dus? Ik denk het wel, maar niet zonder meer. Het moet wel gepaard gaan met wat je doet. Even eerder lezen we immers, dat Nehemia zijn werk goed doet. Dat de koning tevreden over hem is. Wat je doet en wat je bidt moet dus wel met elkaar in overeenstemming zijn. Ora et Labora, Bidt en werk. Dat geeft je de kracht, dat geeft je de moed om te doen, wat je doen moet. Dat is niet altijd zonder risico. Dat is het voor Nehemia ook niet: Hoe zou de koning reageren? Hij is tenslotte de vijand.

Even voor dit voorval heeft Nehemia verdrietig en wanhopig God gebeden. We hebben dat niet gelezen. Het is de moeite waard, dat thuis als nog te doen. Geen woorden ‘hoog van de toren’. Hoe kan God dit allemaal laten gebeuren, waarom grijpt Hij niet in. Hij bestaat niet, anders stond het er veel beter voor in de wereld.

Nehemia doet dat allemaal niet. Hij spreekt zijn vertrouwen in God uit: “U, die uw beloften nakomt en trouw bent aan ieder die u liefheeft”. Een geloofsbelijdenis in plaats van verwijten. Hij geeft God niet de schuld, maar belijdt zijn eigen fouten en de fouten van het volk: “Ik belijd de zonden, die wij, Israëlieten, tegenover U hebben gedaan, ook ik en mijn familie” Hij schuift de schuld niet op God, geeft ook zijn landgenoten alleen niet de schuld, maar steekt zijn hand ook in eigen boezem.

Leven, zoals God dat door zijn geboden van je vraagt. Mededogen met je medemensen, mensen die moeten leven in een vreemd land. Vertrouwen op God en Hem bidden in alle bescheidenheid maakt het het onmogelijke soms toch mogelijk. Brengt soms onverwachte medestanders, medewerkers op je pad. Nehemia kreeg hulp uit onverwachte hoek: De koning. En dan aan de slag.

Dat kunnen we ook van de Here Jezus leren. De verleiding is groot om het aanbod van de duivel aan te nemen. Hij doet het niet. Hij gaat de weg, die Hij gaan moet. Uiteindelijk zal dat leiden tot de wederopbouw van Jeruzalem, het nieuwe Jeruzalem. Het paradijs waar we allemaal eens zullen wonen. Bevrijd uit de woestijn van ons leven. Een thuishaven. Met zijn leven maakte Hij dat nieuwe Jeruzalem mogelijk.

Dat wordt van ons niet gevraagd. Jezus doet dat voor ons. Dat wordt van Nehemia niet gevraagd. Hier gaat het om een thuishaven voor Gods volk, hoewel dat tegelijk ook symbool staat voor de woonplaats van onze Heer. Hij gaat over tot de herbouw van de verwoeste muren en poorten van Jeruzalem.

Maar, en dat lijkt misschien vreemd: Muren maken scheiding tussen binnen en buiten. Ze bieden veiligheid voor de inwoners en houden de buitenwereld buiten. Moeten we dit nou uitleggen als “Nederland voor de Nederlanders?” Buitenlanders buiten de landsgrenzen houden? Nederland is vol? Nee zeker niet. Muren in de Bijbel zijn er niet om mensen buiten de deur te houden. In de Bijbel staan de muren symbool voor Gods nabijheid. En waar God is is ruimte voor iedereen. God maakt geen onderscheid tussen rassen en naties. Binnen de muren van Gods beschermende liefde mag iedereen zich veilig weten. Alleen als we dat anderen niet gunnen, als we niet leven naar Gods geboden [ denk maar eens aan het gebod over de vreemdeling in uw stede ], als we niet leven naar Gods geboden wel, dan breekt Hij de muren af. Dan leven we in ballingschap, zoals toen het volk Israël. Dan zijn we overgeleverd aan kwade machten en krachten. Zijn bescherming geldt voor iedereen, die bij Hem zijn toevlucht zoekt of voor niemand. Dat is de zonde, die Nehemia namens zijn volk en zichzelf belijdt. Pas als die zonden zijn opgebiecht en vergeven ligt de toekomst weer open. Worden de muren van Gods bescherming weer opgebouwd.

Ook binnen de stad bouwt Nehemia muren op. Israël moet beschermd worden en zuiver blijven, niet assimileren met andere volken. Dus toch weer dat onderscheid? Wij vragen in het moderne integratiedebat aan mensen om veel van hun muren op te geven, om op te houden zich af te schermen, om op te houden te blijven leven als in hun thuislanden. Wij vragen hen zich aan te passen aan de manier van leven, zoals wij dat in Nederland gewend zijn. Maar tot in hoeverre en op welke voorwaarden mag je dat vragen?

Om daar goed over te kunnen praten, moeten we terug naar Nehemia. Hij is druk bezig met de opbouw van Jeruzalem. Hij heeft daarvoor het nodige materiaal meegekregen van een vreemde koning. “Ook verzocht ik om mij hout te leveren voor de balken van de poorten van de tempelburcht, voor de stadsmuur en voor de woning waarin ik mijn intrek zou nemen”. Hier gebeurt iets heel bijzonders: De vijandige koning levert materiaal om de verdedigingslinie van Jeruzalem op te bouwen. Hij helpt dus de stad zo te beveiligen, dat hij haar als hij dit wil niet meer kan binnen vallen. Een strategie van niks. Tegen alle logica in. En toch gebeurt het. Onbegrijpelijk. Ja, voor mensen is dat inderdaad onbegrijpelijk. Maar er staat nog iets bij in het vers wat ik net heb voorgelezen. Het eindigt met de woorden: Het lukte, “omdat mijn God mij bescherming bood”. In het licht van Gods liefde draait alles zich om, gebeurt dat wat je niet voor mogelijk houdt.

Er is nog een opvallend bericht: Nehemia doet zijn werk in het belang van zijn volk. In het belang van haar terugkeer. Maar hij mag ook aan zichzelf denken. Hij mag ook een huis voor zich zelf bouwen. Voor God hoef je dus in de dienst aan je naaste jezelf, je eigen belang niet te vergeten. Ook jij telt mee, ook jij heb recht op een eigen leven: Je naaste liefhebben als jezelf. Dat is toch prachtig? Jij en je naaste in het licht van Gods liefde op weg naar een nieuw Jeruzalem. Daar kunnen en mogen we allemaal leven voor Gods aangezicht.

Ja allemaal. De muren beschermen ons, houden de buitenwereld buiten. Maar tegelijk zijn er in die muren poorten gebouwd. Wie wil kan naar binnen. Wie wil mag leven in de nabijheid van God. Buitensluiten kunnen we dus niemand. De poorten staan altijd open. Ze sluiten alleen als de duisternis van het kwaad invalt. Verder staan ze altijd wijd open. Wijd open voor u, voor jou en voor mij. Dan kunnen en dan mogen wij toch de vreemdeling in onze stad niet buitensluiten?

Amen