Liturgie voor de dienst van 16 september 2007.

1  Welkom en mededelingen

2     Aansteken van de paaskaars door de ouderling van dienst, we zingen tijdens het aansteken van de kaars: Geroepen om te zingen, lied 127 : 1

3     Aanvangstekst

4    We zingen ons intochtlied: psalm 84: 1,2 en 6            [ staande ]

5    Stil Gebed

6    Bemoediging en Groet

7    Gebed van Toenadering

Lieve God, met ogen vol verlangen, zien wij naar U uit. Hoor, hoe stil wij zijn om naar uw stem te horen. Kom en laat ons weten  dat wij uw kinderen zijn, vandaag en morgen en altijd. Amen.

8    Klein Gloria.                                                                           [ gaan weer zitten ]

 

9    Zingend verootmoedigen wij ons met de woorden van Gezang 48 : 1, 6 en 10

1    Woord van bemoediging en wettekst

Zo biddend mogen we ons opgenomen weten in zijn vergevende liefde, want

Wij geloven , dat de Heer onze God is, de enige. Hij heeft ons bevrijd –geen andere goden zullen wij dienen,  geen enkel beeld van de Levende zullen wij maken.

Wij geloven, dat wij naar zijn beeld en gelijkenis geschapen zijn  – dat wij in Gods Naam zullen leven.

Wij geloven, dat de dag van de Heer heilig is – dat allen eerbied waardig zijn die ons voorgaan naar het land van Gods belofte.

Wij geloven, dat enkel liefde de dood overwint –dat wij elkaar trouw mogen zijn, zoals God zich met ons verbonden heeft.

Wij geloven, dat een waarachtig getuigenis jegens onze naaste en de eerbiediging van zijn bezit. God welgevallig is.

Dat geloven en belijden wij, voor God en elkaar. Amen.

        

1                      We zingen: Geroepen om te Zingen. Lied 173 : 1

1                      We bidden om Gods Geest

God, onze Vader, wij geloven, dat U bij ons bent,  dat U ons hoort. Daarom bidden wij:  laat ons bij U zijn en U horen. Vertel ons het geheim  van uw liefde voor alle mensen.  Help ons, dat wij het vrolijk doorvertellen, vandaag en morgen  en altijd opnieuw, zoals ook Jezus deed  uw Zoon, onze Heer. Amen

1                      Lied van de school Alles wordt Nieuw lied 1 : 3.     Tijdens naspel komen de kinderen.

1                     1e lezing: Prediker 1 : 1 – 11

1                      We zingen: Gezang 28: 1,3

1                      2e lezing: Jacobus 1: 2 – 18

1                      We zingen: Gezang 465: 1,5

1                      Verkondiging

1                      Orgelspel.                                                                    

                Kinderen komen weer bij ons.

 

2                      Dankzegging, voorbeden, stil gebed en Onze Vader

2                      Inzameling van de Gaven

2                      Slotlied: Gezang 284: 1,2,3                                       [ staande ]

2                      Heenzending en zegen.

 

 

Gemeente van de Heer.

 

“Lucht en leegte”, zegt de Prediker, “lucht en leegte, alles is leegte”. Zo vertaalt onze nieuwe vertaling dit tweede vers uit het Predikerboek. “IJdelheid der ijdelheden”, zegt de Prediker, “ijdelheid der ijdelheden, alles is ijdelheid”. Zo kenden we deze tekst.

Toch vind ik de tekst in de nieuwe vertaling beter gekozen. Alles is leeg, als wij ons afkeren van God. Leeg als wij denken het zelf wel te kunnen, als wij denken het allemaal beter te weten dan onze Schepper. Het uiteindelijk resultaat zal vluchtig blijken te zijn als lucht. Leeg als de woestijn. Dat zal het resultaat zijn van onze ‘eigen’wijsheid. Omdat wíj zo ijdel zijn, dat we denken wijzer te zijn dan God. En zo komen we dan toch weer uit bij de eerste vertaling. Beide woorden ‘leegte en ijdelheid” liggen in elkaars verlengde.

Alles is leegte. De Prediker ziet het voor zich. Wij gaan onze eigen gang. Wij verbeelden ons de wijsheid in pacht te hebben. IJdel als we zijn. Leegte is het gevolg. En zo komen we net als vorige week bij het begin van het briefje van Jacobus terecht. We hoorden toen, hoe Jacobus ons adviseerde niet de eigen wijsheid te zoeken, maar God om zijn wijsheid te bidden. Met minder kunnen we hier op aarde niet toe, aldus de apostel.

Waar we vorige week niet aan toe kwamen, was de vraag, die we ons allemaal wel eens stellen denk ik: “Waarom worden we in verleiding gebracht? Waarom zijn wij zo geschapen, dat wij ons steeds weer in verleiding laten brengen? Waarom doet God dat toch allemaal? Het zou zoveel makkelijker zijn als het allemaal een beetje anders geregeld was.

Maar….Heeft God daar eigenlijk wel de hand in? Is HIJ het wel, die ons dat aandoet?

Nee, zegt Jacobus: Met die vragen moet je jezelf niet pijnigen. Zonde van je tijd en je energie. Achter die vraag mogen en kunnen we ons niet verschuilen: “God stelt niemand aan verleiding bloot….” Dat hebben we net gehoord. De oorzaak ligt helemaal bij jezelf. Je laat je lokken en nog erger meeslepen door de begeerte. Door de foute begeerte in plaats van door de begeerte God lief te hebben. De begeerte het zelf steeds beter te krijgen. Eerst ik en als er dan nog tijd is, pas die ander. De begeerte je leven, je eigen overtuiging, je eigen behoeftes te laten prevaleren boven die van anderen.   

Dan gaat het vaak van kwaad tot erger. Je kunt zo verstrikt raken in de verleidingen, die jezelf hebt gezocht, dat je er zelf in gaat geloven. De volgende stap is de zonde. Als de slang in het scheppingsepos spreekt een stemmetje in je: Zie je wel, je kan het allemaal best zelf. Je kunt jezelf prima redden. Het gaat toch goed?! En je voelt je de koning te rijk. Rijk…. daarmee zijn we bij vers 10: “De rijke zal vergaan als een bloem in het veld”.

Zegt Jacobus nou, dat God hem straft voor zijn eigenwijsheid? Ik geloof het niet. Hij wordt gestraft door het gevolg van zijn eigen daden. De begeerte leidt immers tot zonde. En zonde is niet: ik doe iets wat niet mag. Zonde is: God de rug te keren. Zonde is een blokkade opwerpen tussen jou en God. En dat, ja dat zet je op een dood spoor. Zonde leidt tot de dood. En nogmaals, hier gaat het niet om straf, de doodstraf op de zonde. Het gaat er hier om, dat wij de neiging hebben om ons te laten meeslepen op een dood spoor. We hebben ons immers laten leiden door eigen wijsheid en dat is per definitie tijdelijk, zoals het bloeien van een bloem.

Alleen Gods wijsheid, en je had Hem er om kunnen vragen en Hij had het je gegeven ook, is eeuwige wijsheid. Bereikt haar doel: Een nieuwe schepping. We worden weer echt mensen naar zijn beeld en gelijkenis. Dan zijn we bijna God, zo lezen we elders in het Nieuwe Testament.

Maar: “Vergis u niet, elke goede gave – dat wil zeggen ‘die leidt naar Gods Koninkrijk’ – elk volmaakt geschenk komt van boven, van de Vader van de hemellichamen. Bidt daarom elke dag opnieuw: “Heer, leidt ons niet in verzoeking”. Met andere woorden: Heer, ik wil graag bij u horen, u liefhebben, helpt u mij daar alstublieft bij. Ik twijfel zo vaak.

Nou, en dat lijkt ook al niet te mogen.  Jacobus schrijft het zelf. Lees maar na: “Wie twijfelt, is als een golf in zee, die door de wind heen en weer wordt bewogen. Wie zo aarzelend en onberekenbaar is bij alles wat hij doet, - en nou komt het – moet niet denken, dat hij iets van de Heer zal krijgen”. Dus…..: Als je twijfelt dan wil God je niet meer horen.

Zit het zo?  Nee, nee en nog eens nee. Zo is dat niet bedoeld. Natuurlijk, we twijfelen allemaal wel eens. Van jong tot oud. Jacobus wil ons alleen maar waarschuwen. Twijfel leidt er zo vaak toe, en heeft er in de geschiedenis van de kerk tot op de dag van vandaag ook vaak toe geleid, dat we onze zekerheid gaan zoeken in allerlei regels, in een sluitende leer. Zo is het en niet anders.  Zo is het en als je dat maar gelooft, wel dan zit je goed. Dan mag je erbij horen.

Ik moet ineens denken aan die oude joodse schoenmaker. Elke avond zette hij een glas melk buiten de voordeur van zijn huis, tegen de muur; dit was zijn gave aan God. God hield van melk wist de schoenmaker want elke morgen was het glas leeggedronken. De schoenmaker was een gelukkig mens. Op zijn eenvoudige manier was hij in staat om God een pleziertje te doen. Het was zijn persoonlijke verbond met God, want op deze wijze kon hij zijn liefde en respect voor zijn God zichtbaar en tastbaar maken. Het koste hem wat geld en wat moeite, maar dat merkte hij niet eens. Hij was blij zo’n vriendschapsrelatie met God te hebben. De hele dag door was er diep in hem een gevoel van blijdschap: vanavond weer kon hij zijn vriend God het glaasje melk bezorgen, waar die zo verlekkerd op was.

De rabbi van het dorp, bewaker van de zuivere leer, hoorde over de schoenmaker en diens verbond met God. Hij fronste zijn wenkbrauwen: Wat een primitief idee over de Almachtige. Groot is zijn Naam. Een zuivere en hoogverheven Geest die melk drinkt en dat nog lekker vindt ook!

De rabbi besloot er iets aan te doen om de zuivere leer over God veilig te stellen tegenover bijgeloof.

Maar de schoenmaker hield voet bij stuk. Het glas was toch leeg ’s morgens. Daarom stelde de rabbi voor samen een nacht op te blijven en te kijken wat er gebeuren zou. Na enige uren zagen ze een eekhoorn uit de boom komen. Behoedzaam op het glas melk af gaan en het helemaal leeg drinken. Zie je wel, zei de rabbi triomfantelijk. De schoenmaker was diep en intens verdrietig. De tranen stonden hem in de ogen. Weg was zijn verbond met God.

Opgelucht ging de rabbi huiswaarts. Maar ’s nachts verscheen God. “Wat heb je mijn vriend de schoenmaker aangedaan?” “Mijn Heer der heerscharen”, sprak de rabbi, “Ik heb uw zuiverheid verdedigd tegenover alle stoffelijke opvattingen over u”

Opnieuw klonk de stem van God: “Had ik jou dan van te voren moeten uitleggen, welk verbond Ik had met de schoenmaker, het eekhoorntje en de melk? Het eekhoorntje houdt van melk. Ik houd van het gebaar van de schoenmaker. De schoenmaker houdt van Mij. Het eekhoorntje houdt van de schoenmaker. Namens mij dronk het eekhoorntje het glas leeg en ieder van ons was gelukkig, totdat jij kwam met je zuivere leeropvattingen!”

Lieve mensen. Zo kan het dus gaan als wij ons geloof verankeren in een zogenaamde zuivere leer. Als wij de twijfel, die we allemaal soms voelen, smoren in een onfeilbare dogma’s., hoe waardevol die op zich ook kunnen zijn. Als ze maar hulpmiddelen blijven.

Het kan de blijdschap in het geloof, dat we soms voelen, soms intens ervaren en vaak vermoeden, in de kiem smoren. Het kan er toe leiden dat wij vervallen in de zonde door onze God de rug toe te keren. Zijn kerk te verlaten. Het geloof is dan niet meer dan wat de Prediker noemt: lucht en leegte. Niet meer de moeite waard om je druk over te maken. Ons persoonlijk verbond, vriendschap met God verbreken. Levend geloof wordt dood geloof.

Die eekhoorn in de boom.  Zij staat symbool voor de mensen in Kenia en Peru, in India en Bangladesh, wier kleding gisteren op ons kerkplein aan de man werden gebracht. Dat glas melk is het werk en inkomen, dat de mensen daarmee verdienen.  Die schoenmaker.. Het zijn de mensen, die zich inzetten voor hun naaste daar.

Die eekhoorn in de boom. Zij staat symbool voor de mensen overal ter wereld, die een bestaan proberen op te bouwen, wat maar moeilijk lukt, omdat het westen zijn rijkdommen beschermt. Die schoenmaker…. Het zijn de mensen, die al 25 jaar lang de producten vandaar hier proberen te verkopen. Het glas melk, de bedrijfjes en bedrijven die zo kunnen bestaan

Die eekhoorn in de boom is die eenzame man om de hoek, de wanhopige vrouw aan het einde van de straat. De gevangene in het huis van bewaring in Zwolle. De zieken in het ziekenhuis en thuis.

En wij, wij mogen die schoenmaker zijn. Hen dat glas melk, de moed, de troost brengen. Lukt ons dat? Laten we ons niet laten verleiden door de eisen die ons klokje ons stelt, onze volle agenda’s, ons altijd maar weer beter willen weten, onze zuivere leer? Wel dan kunnen wij blij zijn als die schoenmaker. Dan zullen velen gevoed en getroost, bemoedigd en geholpen zijn als die eekhoorn. En eerst en vooral, dan zal God blij zijn met ons. Ons leven zal niet langer als lucht vervluchtigen in de tijd. Onze aarde zal niet langer ‘leeg’ zijn, maar gevuld. Gevuld met Gods liefde. Gevuld met naastenliefde. En die twee… ze zijn aan elkaar gelijk. Dan zullen wij allemaal, zo belooft God in de woorden van Jacobus, als lauwerkrans het leven ontvangen, zoals God heeft beloofd aan iedereen die Hem lief heeft. We mogen dan de eersten in zijn schepping zijn. Dat moet u, zusters en broeders, tot grote blijdschap/ vreugde stemmen. Amen.