2e zondag van de 40-dagen-tijd: 17 februari 2008. Accentdienst met het accent op een schilderij van Diny Westerhof “Jas aan het kruis”.
Welkom en mededelingen. Aansteken van de paaskaars, waarbij wij zingen:
Geroepen om te zingen 127 : 2
Inleidende tekst.
Gemeente gaat staan.
We zingen psalm 133 : 1+3
Stil Moment
Votum en Groet
Drempelgebed
Klein Gloria
Kyriëgebed
We zingen: Gezang 187 : 2
Gebed van de Zondag
Lied van de scholen: psalm 100: 1
Project met de kinderen
Projectlied
Uitleg liturgische schikking
1e lezing: Nehemia 2 : 11 t/m 20
Geroepen om te zingen 112 : 1+3+4
2e lezing Lucas 13 : 22 t/m 35
Verhaal “Jas aan het kruis”
We zingen Gezang 181 : 6
Preek
Gezang 28: 1+2+3
Geloofsbelijdenis
Gezang 259 : 2
Dankzegging, voorbeden, stil gebed, Onze Vader
Inzameling van de Gaven
Slotlied Gezang 114 : 1+3
Heenzending en zegen
Gemeente van onze Heer Jezus Christus. U heeft het Diny horen zeggen: “Mijn schilderijen zijn boeken zonder woorden”. Ik denk, dat dat zo is. Beelden roepen woorden op. Verhalen. Persoonlijke verhalen. Kijkend naar dit schilderij vertellen mensen hun eigen verhaal. Voor de één betekent het, dat hij/zij afscheid heeft genomen van zijn geloof. Een ander vertelt juist het tegenovergestelde. Beelden roepen verhalen op en het zijn bijna altijd heel persoonlijke verhalen. Van geloofsafscheid tot geloofsbelijdenis.
Ik dacht aan de Bijbel. In Gods Woord roepen woorden beelden op. Beelden, die je in verwarring brengen. Beelden, die je troosten, die je inspireren. En het zijn jouw beelden. Verhalen uit een ver verleden worden jouw verhalen: Beelden roepen verhalen op. Verhalen roepen beelden op.
Dat kruis met die jas, die rode jas. Mij zegt het, dat Christus zijn lichaam heeft afgelegd, zijn aardse bestaan is voorbij. Hij is bij zijn Vader. De God van de hemel, zo noemt Nehemia Hem. Zijn lichaam aan het kruis. Het is het laatste wat we van Hem zagen. Een rode jas blijft over. Bloed aan een spijker. Teken van lijden. Maar de jas hangt er nog wel. Open hangt hij daar. Je kunt hem zo weer aantrekken. En dat is een hoopvol teken. Jezus is niet dood. Zijn lijden is voorbij. En eens komt Hij terug. Hij trekt als het ware zijn jas weer aan. Is weer bij ons. Het wit schittert door het rood heen. De dood heeft niet het laatste woord. Het wordt Pasen: Jezus leeft en wij met Hem.
“Jezus leeft en wij met Hem”. Dat wijst er op, dat ons eindige leven eeuwigheidswaarde heeft. Tegelijk betekent het ook. Leven met Jezus is leven als Jezus. Hem volgen = Hem navolgen. Zijn jas aantrekken. Proberen te leven, zoals Hij leefde. Er zijn voor wie je nodig hebben. Elkaar de hand reiken in plaats van weigeren, elkaar vasthouden. Open staan voor elkaar, zoals Jezus open staat voor iedereen, die naar Hem toe komt. Bouwen aan het nieuwe Jeruzalem. Vol vertrouwen aan de slag gaan, ondanks alle tegenstand, ondanks dat ze je uitlachen. Dat gebeurt telkens weer: Sara lacht als God Abraham een in mensenogen onmogelijke belofte doet. Noach wordt uitgelachen, omdat Hij op God vertrouwt en een schip bouwt op een plek, waar het menselijk gesproken nooit zal kunnen varen. En in ons verhaal van vanmorgen wordt Nehemia uitgelachen, omdat ook hij op God vertrouwt, waardoor Jeruzalem wordt herbouwd als woonplaats voor God en mensen.
Geloven in God, Hem je vertrouwen geven, je leven op Hem bouwen en je laten sturen en inspireren door zijn Geest is niet gewoon. Het maakt je anders. En alles wat anders is maakt onzeker. De meest veilige weg is dan om maar heel hard te gaan lachen, je te verschuilen in de groep. Heel hard meespotten. Je jas over het kruis hangen, zodat je niet telkens wordt geconfronteerd met die aanfluiting. Jezus, die willens en wetens naar Jeruzalem gaat om daar te sterven. Belachelijk.
Nehemia gaat aan de slag. Nee niet hoog van de toren. Niet roekeloos en onvoorzichtig. Zijn geloof in God had kunnen omslaan in hoogmoed: Mij kan niets gebeuren. God beschermt mij. Kom maar op als je durft. Hij daagt de lachers niet uit. Hij wijst ze erop, dat hun lachen misschien flink lijkt, hen misschien een tijdje een goed gevoel geeft, maar dat er voor hen op deze manier geen plaats zal zijn in Jeruzalem. Als ze dat willen, wel dan zullen ze moeten stoppen met dat lachwekkende gedoe, dan zullen ze de jas van het geloof moeten aantrekken. Trek je werkkleren aan en help mee aan de bouw van Jeruzalem, de stad van God en mensen.
Nee, Nehemia daagt de spotters niet uit. Hij gaat niet onbezonnen te werk. Zonder aan iemand iets te vertellen gaat hij in het donker op onderzoek uit. In de stilte van de nacht maakt hij zijn bouwplan. Een nieuw Jeruzalem met poorten in het noorden en zuiden, in het oosten en westen. Van alle kanten zullen ze komen, zal de Here Jezus later zeggen. Nehemia doet zijn onderzoek grondig. Hij slaat geen plekje over. Beginnend bij de dalpoort eindigt hij daar ook.
Geloven betekent dus niet. Het maakt niet uit wat ik doe. Het gebeurt allemaal toch wel zoals God dat wil. Dat laatste is waar, maar hij vraagt wel van ons mee te helpen. Hij vraagt wel van ons geen onnodige risico’s te nemen. Hij vraagt wel van ons ons leven zo in te richten, zo te leven, dat het verantwoord is en veilig en tegelijk naar zijn wil. De bouwtekeningen vinden we in zijn Woord. Daarop mogen we vertrouwen, zoals Nehemia dat ook deed, maar wel met de bouwhelm op en een verantwoord plan in de hand. Ook, zo blijkt uit hoofdstuk 3, is een goede organisatie echt nodig.
Doe je dat, dan zal dat inderdaad tegenstand oproepen. Ga die niet uit de weg. Het gevaar van de ‘vos Herodes’ is in Jeruzalem. Jezus gaat erheen. Hij zoekt het gevaar niet, maar gaat het ook niet uit de weg. Zelfs niet als de doodstraf wordt uitgesproken. Zo ver hoeven wij niet te gaan. Dat heeft Hij al gedaan.
Maar behalve tegenstanders zijn er nog veel meer medestanders. Medebouwers. Zoek elkaar op. Ga samen aan het werk. Of beter: Werk samen. Er is voor ons allemaal wel iets te doen. Geef je persoonlijke talenten in dienst van de opbouw van de gemeente van de Heer, van het Koninkrijk van God, het nieuwe Jeruzalem. En laten we het zo organiseren, dat iedereen tot zijn of haar recht kan komen. Niemand is meer, maar niemand is ook minder dan de ander. Sterker nog: Jezus zegt: de eerste zal de laatste en de laatste de eerste zijn. En als u Nehemia 3 thuis leest, dan zult u zien, dat alle rangen en standen eensgezind en schouder aan schouder meewerken. Dat ieder zijn deel doet, zodat in de bijzonder korte tijd van 52 dagen het werk kan worden voltooid. En u zult nog iets moois ontdekken: Iedereen bouwt aan het stuk muur ‘vlak bij zijn eigen huis: Hoofdstuk 3 : 23 “en verderop herstelden Benjamin en Chasub het gedeelte tegenover hun huis, en daar weer naast herstelde Azarja, de zoon van Maäsja, de zoon van Ananja, het gedeelte naast zijn huis”
We hoeven dus niet boven onze macht te werken. Het werk van Jezus Christus ligt in en voor je huis. In en om de kerk. In je gewone dagelijks leven moet het gebeuren. Niets bijzonders en juist daarom heel bijzonder.
En, zo eindigt hoofdstuk 3: “Het hele volk was vastbesloten door te gaan”.
Die vastbeslotenheid in de naam van de Heer hebben we hard nodig. Samen bouwen aan de gemeente van Christus. Ieder op zijn eigen plek, ieder met zijn eigen talenten en mogelijkheden mag mee helpen de muren om de gemeente op te bouwen. Nee, niet om ons af te sluiten van andere gemeenten, niet om ons af te sluiten van de wereld. In tegendeel: In alle muren bouwen we poorten. Iedereen kan er in. Iedereen kan er ook uit. Open staan naar elkaar en naar de wereld. Daar gaat het om. En dat kunnen we alleen als we open staan voor de beelden, die het woord van God in ons wakker maken. Dat kan alleen als die beelden en verhalen onze beelden en verhalen worden. Dat kan alleen als we de werkjas van ons geloof aantrekken. Zodat het kruis van Christus zichtbaar wordt. En weet u: Dat beeld zal uiteindelijk vervagen. Op de nevelige vroege morgen van de derde dag zien we een nieuw beeld opdoemen in de nevel: Een graf, een open graf, een helder verlicht graf. We horen een stem, die ons geruststellend toeroept: “Hij is niet dood. Hij leeft”. En dan herinneren we ons de woorden van Jezus: “Op de derde dag bereik ik mijn voltooiing”. Vandaar en daarnaar toe speelt zich ons leven zich af, mogen we bouwen aan de gemeente van onze Heer. Zijn wij ook zo vast besloten als die mensen rondom Nehemia? Amen