Liturgie voor de dienst van 23 december 2007. Derde advent.
Welkom en mededelingen
Aansteken van de paaskaars.
“Hemel en aarde, al wat is, moeten gerechtigheid voortbrengen”
Aan deze tekst, die we kunnen lezen in Jesaja 45 : 8, danken we de naam voor deze zondag: “Zondag Rorate” , wat gerechtigheid betekent.
Psalm 145: 1 + 2
Stil Moment
Groet en Bemoediging
Drempelgebed
Wek op uw macht, o God, en kom naar ons toe. Wees ons nabij met de kracht van uw goedheid. Sta niet toe dat uw wil wordt verijdeld door wat wij hebben aangericht en overwin door uw liefde al wat U tegenstaat en uw toekomst vertraagt. Amen.
Klein Gloria
4e adventskaars wordt aangestoken door
Kyrië Wij bidden U Heer om ontferming voor de wereld waarin wij leven. Soms begrijpen we daar niets meer van. Er zijn zoveel mensen bang omdat er bij hen oorlog Wij bidden U: Heer, ontferm U. Grote mensen en kleine kinderen hebben honger. Wij bidden U: Heer, ontferm U. Overal weer worden kinderen gepest. Gemarteld, Misbruikt. Wij bidden U : Heer, ontferm U.
Gezang 67 : 3
Gebed van de Zondag Gij, die de aarde vruchtbaarheid geeft door de dauw en de regen van uw Woord. Open ons allen voor uw levenskracht en kom ons tegemoet in de Zoon van Maria, die ons vertrouwen bevestigt in uw verbond met ons, dat duren zal tot in eeuwigheid. Amen.
Lied van de scholen: gezang 138 : 1
Adventsproject met de kinderen
Projectlied voor 4e advent
Uitleg liturgische schikking
1e lezing: Jesaja 62 : 8 t/m 63 : 4
Geroepen om te zingen: lied 112 : 1, 2 en 3 met telkens het refrein ertussen.
2e lezing: Matteüs 1 : 18 – 25
Gezang 125 : 1 + 5
Uitleg en Verkondiging
Orgelspel
Kinderen maken het Emmaüspad af
Inzameling van de gaven
Slotlied: Gezang 124 alle verzen.
Heenzending en Zegen
Gemeente van de Heer.
Opnieuw horen we de woorden van de profeet Jesaja. Nog maar een paar weken geleden vertelde hij van die prachtige droom. Alle volken op weg naar Sion. Geen oordeel. Niemand wordt schuldig verklaard. Vorige week leek die droom toch dreigender te zijn. We zagen in een drieluik, hoe God wraak nam op Edom. Hoe Hij dat volk vernietigde. Maar dan toch ook weer die prachtige boodschap: Allemaal hebben we iets van Edom, allemaal hebben we iets van Sion. En God vernietigt het Edom, het kwaad in ons. Zo kunnen en mogen we de Heilige Weg gaan. Einddoel Sion. Land van vrede. Land van gerechtigheid.
Ja en dan nu. Verslagen en vol vragen blijf je achter als de profetie van vanmorgen tot je doordringt. Wat is dat voor een God, die het resultaat van ons harde werken, het graan, de wijn, aan de vijand geeft? Wat is dat voor een God, die bloed op zijn kleding heeft? Bestaan er dan toch zoiets als Heilige Oorlogen. Strijd met God aan onze zijde? In Zijn Naam?
De woorden doen pijn. Zo’n beeld van God doet pijn. Die mooie droom wordt een nachtmerrie. Wat moeten we er mee, juist nu we op het punt staan het kerstfeest te gaan vieren. Het “Vrede op aarde” te gaan zingen. Zondag “Rorate”. Gerechtigheid. Ja, ja. Maar ten koste van wat? Ten koste van wie?
Toch komt het bekend voor. Die nachtmerrie is ook onze nachtmerrie. Ze is onze werkelijkheid. Extremisten vernielen en moorden in de naam van Allah. Oorlogen worden gevoerd in de naam des Heren. En met veel mondeling geweld worden hele groepen in ons land als ongewenst afgedaan. De koran, een heilig boek voor velen, moet worden verboden. Zij zou aanzetten tot geweld. Doet de bijbel hier en op andere plaatsen niet precies hetzelfde? Moet ons Heilige Boek dan ook maar verboden worden?
Het zijn allemaal gedachten, die bij mij opkomen bij het lezen en herlezen van Jesaja 62. Maar lieve mensen, zo kan het toch niet zijn. Dit is toch niet de God, die ik heb leren kennen. In wie ik geloof. Van wie ik ook vanmorgen weer mag getuigen. Geëmotioneerd en geraakt ben ik op zoek gegaan. Op zoek gegaan naar de God van mijn dromen. De goede God, de God van liefde. De God van gerechtigheid. Mijn God. Onze God.
Je vraagt je af. Hoe komt iemand als Jesaja erop om God met deze zo gewelddadige termen te beschrijven. Juist hij moet toch beter weten. Je probeert je in te denken, hoe dat toen was. En dan zie je een hardwerkend volk. Ze staat op het punt te oogsten waarvoor ze zo hard hebben gewerkt. Dan trekt de vijand binnen en steelt de oogst. Edom heeft voordeel gehaald uit de val van Jeruzalem bij de Babylonische ballingschap. Je ziet ook een volk, dat alles wat er gebeurt toeschrijft aan God. God laat ook deze verschrikkelijke dingen gebeuren. Die gedachte, dat geloof brengt de profeet onder woorden. Maar hij laat het daar niet bij. Jullie hebben het fout. God is een rechtvaardige, een bevrijdende God. Dit wil Hij niet. Hij is uit op een rechtvaardige, een vrije, een vredige wereld.
Nou dan moeten we maar vechten voor zo’n wereld. Dan trekken we maar ten strijde. Dan doen we wat God wil. Dan staat Hij aan onze kant. De heilige oorlogen zijn geboren. Ze worden tot op de dag van vandaag gestreden. Niet alleen tussen landen. Jammer genoeg ook tussen mensen, zelfs tussen kerken. In naam der waarheid hebben we elkaar als Christenen vaak, te vaak pijn gedaan. En nog steeds is het geen voltooid verleden tijd.
En helaas, soms is in onze aardse werkelijkheid geweld niet altijd te vermijden. Maar dat komt dan wel voort uit onze aardse situatie en uit menselijke overwegingen. Daarvoor kunnen en mogen we God niet misbruiken. En Hem zeker niet de schuld geven. En dat gebeurt wel. Op grote schaal. Hoe vaak krijgen we het niet te horen. Hoe vaak denken we zelf niet: Vertwijfeld en met pijn, maar toch: Wat is dat voor een God, die dat allemaal laat gebeuren. Hoe kan God het toelaten, dat zoveel kinderen sterven van honger, hele volken laat lijden, laat sterven aan aids of kanker. Waarom doet Hij niets. Als Hij zo machtig is, dan kan Hij toch ingrijpen? En de kerken lopen leeg. God bestaat niet. Och er zal wel iets zijn. Maar daarmee houdt het dan wel op.
Met dit allemaal in mijn hoofd kwam ik terug bij Jesaja. Heb ik het nou zo mis dan? En toen schoot mij de naam van deze zondag te binnen. Dat deze gekozen is naar aanleiding van Jesaja 45: 8. Hardop lees ik het mij zelf voor. Lees ik het u voor: “Hemel en aarde, al wat is, moeten gerechtigheid voortbrengen”. Ik liet de tekst tot mij doordringen. Probeerde haar betekenis te vinden. Las de uitleg van anderen. Toen vielen de stukjes op zijn plaats.
“Hemel en aarde”. In die volgorde. Dat is niet voor niets. De gerechtigheid. Gods gerechtigheid komt niet van mensen. Ze komt van boven. “Ze komt van boven uit de hemelen, de hoge in de aarde”, schrijft iemand. Ze valt in de aarde. De rimpels van haar val verspreiden zich, verspreiden zich over heel de aarde als de rimpels, die een steen, gegooid in het meer verspreidt.
“In de aarde”, staat er uitdrukkelijk. Dat beeld heeft te maken met oogsten. Gezaaid in de aarde kan het uitgroeien, bloeien. Kan het hemelse Koninkrijk op aarde groeien en bloeien. De woestijn, die aarde heet, zal bloeien als een lelie hoorden we vorige week.
Dit initiatief van de hemel, zo kunnen we het toch noemen, dit initiatief van de hemel vraagt om antwoorden van de aarde. Van ons mensen, die de aarde moeten bewerken om haar vrucht te laten dragen.
Zo kwam ik aan antwoorden op mijn moeilijke vragen: Edom staat voor de aarde. De aarde, waarin Gods gerechtigheid, zijn vrede vanuit de hemel, ‘van boven’ van buiten onze wereld, al is ingezaaid. We zien dat niet. Liever gezegd: We doen er niets mee en in plaats van onszelf eens flink tot de orde te roepen geven we ‘van beneden’ ‘boven’ de schuld.
Maar van ons worden antwoorden verwacht. Antwoorden op dat machtige initiatief uit de hemel. We kunnen niet zeggen, dat we het niet weten. De profeten laten het ons zien. Jezus Christus laat het ons zien. Hij is de vleesgeworden vrede, de vleesgeworden gerechtigheid. Hij doet wat wij moeten doen. Hij laat zien, wat het betekent om dat initiatief van boven vruchtbaar te maken voor de aarde. Er is werk genoeg. Milieu, zorg voor elkaar, aandacht voor die kwetsbaar zijn, mensen niet buitensluiten maar welkom heten. Niet vechten om wat wij denken dat waarheid is, maar samen zoeken naar de waarheid. Jezus heeft de weg gebaand. Hij maakt de weg vrij voor zijn volk. Voor u, jou en mij. Hij steekt het vaandel op voor de volken, zo profeteert Jesaja. Ga er maar achteraan. Ga dus gerust naar God toe, vraag Hem je te helpen, te helpen met het zoeken naar een rechtvaardig leven. Dat is een goed leven voor iedereen. Dat klinkt misschien hoogdravend. Niet realistisch. Vroom en weinig praktisch. Aan Gods wil kun je toch niet voldoen.
Gemeente van de Heer. Het tegendeel is waar. Doe wat je kunt. Leef bewust en ga vol vertrouwen je weg door het leven. Waar je uitkomt zie je wel. Daar hoef je je niet druk om te maken. Doe het maar gewoon, ga maar. Je staat er niet alleen voor. Jezus gaat je voor. Er zijn altijd wel mensen, die met je mee willen. Je ziet misschien niet direct resultaat, daarvoor is het nog te donker. Maar dat hoeft ook niet. Het komt echt wel. Je redder komt, zegt Jesaja. Ooit las ik een verhaaltje dat over onze soms donkere en angstige, soms ook onbegrijpelijk weg gaat.
Als kind konden mijn zusje en ik niet slapen. In het donker werden we steeds banger. “Kom”, zei mijn zusje, “we gaan naar de huiskamer”. Haar voorstel schrikte me af. We moesten dan namelijk door twee ruimten gaan, die donker en koud waren. Ik weet nog hoe mijn hart in de keel bonsde van angst. Toen we echter de laatste deur opendeden en het volle licht uit de warme kamer op ons viel, werd alles weer goed. Bibberend van de kou liep ik op vaders uitgestrekte armen toe. Hij nam me op zijn knie en vroeg: “Wat wil je dan mijn jongen”. “Vader ik wilde alleen maar naar u toe”.
Ik bedoel maar. Vrede en gerechtigheid. Ze zijn ver te zoeken. Je ziet, je merkt er niets van. Alles wat je doet lijkt er niet toe te doen. Maar het is er al wel. Alleen zie je het nog niet. Nog niet. Amen