Liturgie en preek voor de ‘startdienst’ van zondag 30 september 2007.                                                 

Thema: “Trouw en eensgezind”

Voorganger: ds. Theun Palma                                                                                                                               

Organist: Johan Oenk                                                                                                                                             

Gelegenheidskoor o.l.v. Ria v.d. Weerd                                                                                                         

Trompetten: Jan Willem en Jurjen Beimers.

Welkom en mededelingen.

De paaskaars wordt aangestoken en we zingen zittend: Evangelische Liedbundel 362: 3

Psalm 145 : 1+2  [ lied van de school ]  gemeente gaat staan

Wij zijn een ogenblik stil                                                                                                                                           

Groet en bemoediging 

Drempelgebed

We zingen Klein Gloria            gemeente gaat zitten

Een nieuw begin                                                                                                                                                                       

We zingen: Evangelische Liedbundel 128 : 1+3

Kinderen komen naar voren: “De schatkist”  

Gelegenheidskoor zingt: Joplied: “Wie ben jij?” [ dit lied hoeft niet begeleid ]

Sluim’rend word je zachtjes wakker

wezenloos, en wazig loom.

Geleidelijk steeds meer beseffend,

dat j’ontwaakt bent uit een droom.

Dromenflarden ze vervagen,

langzaam breekt de ochtend aan.

Je rekt je uit begroet het zonlicht,

klaar ben jij om op te staan

 

Uit een droom kwam jij tot leven,

gewekt werd jij tot stem, tot hand.

Jij toont aan met woorden, daden,

Jouw bestaan is van belang.

Opgestaan loop jij naar voren,

strekt je uit, toont je gezicht.

Je richt je op en toont je passie

staande in het volle licht.

Refrein: Wie ben jij? Wie ben jij?

Laat zien nu wie jij werk’lijk bent

Wie ben jij? Wie ben jij?

Een Godswonder, een mensen-kind

Wie ben jij? Wie ben jij?

Antwoord op - de sleutelvraag!

 

Mens ben jij in deze wereld,

voorbestemd toen je nog sliep.

Medemens ook voor een ander,

spiegelbeeld van God die schiep.

Jij, spiegelbeeld die God mag volgen

waar en hoe dat staat je vrij.

Om vorm te geven aan de schepping

op je eigen plaats en tijd.

Refrein:

 

Ontwaakt ben je en meer dan wakker

Je staat voor waar je in gelooft

voor God, een ander, and’re wereld

Jij heilig vuur dat nooit meer dooft.

Refrein (2x):

 

“Tableau vivant”  Presentatie van ‘Provider’, het catecheseproject 2007/2008.

We zingen:  Geroepen om te zingen 239 : 1,2,3,4

Gebed

Schriftlezing: Handelingen 2 : 43 – 47                                                                                                                                       We zingen: Gezang 312 : 1+3                                                                                                                                                                            Preek

Gelegenheidskoor zingt met gemeente [ gemeente zingt refrein mee ] Evangelische Liedbundel 194 : 1,2,3,4.

Kinderen komen terug. Aandacht voor de tekeningen van school met als thema: “Jezus geneest”

Presentatie “Gebeden- en reageerboek

Dankzegging, voorbeden, stil gebed en Onze Vader

Inzameling van de Gaven

Slotlied:  Gezang 303 : 1,2,5

Heenzending en Zegen.

Gemeente van de Heer.

Die eerste gemeente. Wat gaat het er daar prachtig aan toe. Trouw en eendrachtig. Elke dag naar de tempel. Elke dag bij elkaar op visite. Iedereen gelukkig. Iedereen blij. Bij elkaar in ‘een geest van eenvoud en vol vreugde’. Respect voor elkaar. Respect van iedereen voor de gemeente. Een gemeente, die groeit als een tierelier. Fantastisch. Zo moet het zijn. Was het nu nog maar zo.

Nu vergaat je de blijdschap als ’s zondags het aantal lege stoelen groter wordt in plaats van minder. Laat staan elke dag. Nee, laten we het maar niet over groeien hebben. We mogen al blij zijn als mensen blijven komen. Jammer, jammer. Was het nog maar als toen.

Een begrijpelijke reactie, maar wel helemaal fout. De Bijbel is een tijdgebonden boek. Het gaat over toen. Het gaat over hoe men toen leefde, hoe men toen geloofde. Aan de kant dan maar met dat boek? Nee, natuurlijk niet. Juist omdat de Bijbel een ‘tijdgebonden’ boek is moeten we haar lezen en herlezen. “Tijdgebonden”. Voor mij betekent dat niet ‘alleen geldig in een ver verleden’. Het tegendeel is waar. Fantastisch is het dat de Bijbel een boek is voor alle tijden. Een boek, dat een boodschap heeft voor alle tijden. God openbaart zich, wil aanwezig zijn in elke tijd. Zijn Woord past zich in in elke tijd. Ook in onze tijd. De Bijbel is een ‘aan onze tijd gebonden boek’. Net als toen. Net als al die eeuwen voor ons. We mogen haar lezen met onze ogen, met onze kennis en vanuit onze eigen ervaringen. En wat zijn dan die paar woorden van Lucas in Handelingen plotseling actueel. Zo kan het dus. Zo wordt het van ons gevraagd. Op die manier, maar…maar zonder het te willen kopiëren. Dat kan niet. Dat was die tijd. Maar wel op zoek gaan, op zoek gaan naar wat toen van belang was en wat nu aangepast aan onze tijd voor ons van belang is. Zo wil de Bijbel gelezen worden. Het is een boek van en voor alle tijden. Over alle tijden ook.

Als je zo die korte, maar o zo rijke schriftlezing bestudeert, wel dan springen er drie woorden uit: “Elke dag kwamen ze ‘trouw’ en ‘eensgezind’ samen in de ‘tempel’ ”.  Wil dat nou zeggen, dat iedereen elke dag naar de tempel ging? Ik denk het niet. In de eerste plaats is het Griekse woordje voor tempel ‘Hiëron’. Tempelcomplex betekent dat. Er zijn ook ruimten, waar men elkaar ontmoeten kan, zoals hier de koffieruimte, ruimten waar je een gesprekskring of een cursus kunt volgen. Net als hier in onze kerk. En net als toen kunnen we elkaar hier bijna elke dag ontmoeten: Om gezellig een bakkie te doen. Om in een koor te zingen, om mee te doen aan één van de vele programma’s van vorming en toerusting of de catechisaties.  Zo kunnen ook wij dagelijks in de kerk bijeenkomen. Nee, niet steeds allemaal, en ook niet steeds dezelfde; net als toen kunnen we kiezen. Maar hebben we gekozen, wel dan horen we wel ‘trouw en eensgezind’ mee te doen. “In een geest van eenvoud”. En trouw is dan: trouw aan elkaar. We zijn er voor elkaar. We hebben interesse voor elkaar. We proberen te zorgen, dat iedereen, maar dan ook iedereen zich thuis voelt, zich opgenomen weet in de gemeente. En dan is het fijn als we bij de deur verwelkomd worden, maar daar kan het niet bij blijven. We zullen dan, bijvoorbeeld bij de koffie na de dienst, eens bij iemand, die er wat verlaten bij zit moeten gaan zitten in plaats van alleen maar bij bekenden. Trouw aan elkaar, is trouw aan God.

In de gemeente zijn er per definitie ook geen domme mensen. We laten elkaar in onze waarde. Iedere inbreng is welkom. Die trouw gold toen, die trouw geldt vandaag nog.

“Eensgezind”. Dat betekent in elk geval niet, dat we het altijd in alles met elkaar eens moeten zijn. Het betekent al helemaal niet de meerderheid beslist en de rest volgt maar. Eensgezind is, dat we elkaar ruimte geven. Ruimte om te geloven, zoals bij ieder van ons past. Ruimte voor gesprek, waarin we elkaar proberen te leren en te overtuigen, maar altijd met respect voor elkaars mening en in het besef dat alleen God de waarheid kent. Eensgezind is met elkaar vieren en God loven, maar wel zo, dat er ook ruimte is voor bijvoorbeeld jongeren, die hun geloof anders uiten dan ouderen. Trouw en eensgezind. Dat is echte, dat is Christelijke gemeenschap. Niet buitensluiten, maar insluiten. Niet minachten, maar achten. Trouw is uiteindelijk ook: Er zijn. Meedoen. Willen vieren, willen leren en willen omzien naar elkaar. Trouw is diaconie. Dienst aan de naaste, die niet rond kan komen. Trouw aan de wereld, waar de welvaart slecht is verdeeld. Trouw is: Er zijn als iemand ziek is, verdriet heeft of zich eenzaam zijn. Trouw is ‘vieren, leren en dienen’. Met zijn allen en tegelijk: Ieder op zijn eigen manier. Zo kwamen ze toen bij elkaar op hun manier. Zo mogen wij samen zijn op onze manier. Luidt en duidelijk, zodat iedereen ons ziet en hoort, zodat ook de mensen buiten zeggen: “Moet je kijken, moet je horen, daar wil ik bij zijn”.

“Ze kwamen samen in een geest van eenvoud en vreugde”. Iemand zei eens tegen mij: “Dat geloof het is voor mensen met eenvoudige, domme geesten, steeds meer intellectuelen haken af.” Dat bedoelt Lucas niet. Eenvoud betekent niet simpel. In oudere vertalingen staat dan ook ‘eenvoud des harten’, niet van hoofd. Het betekent ‘echt zijn, authentiek zijn’ Eerlijk zijn en geloofwaardig. Dat is eenvoud van geest.

Lieve mensen. Als wij hier met zijn allen zo gemeente willen zijn, ook het komende seizoen, dan zullen er ook in onze gemeente tekenen en wonderen gebeuren en dan zal de Heer dagelijks mensen toevoegen. Daar hoeven we ons geen zorgen over te maken. Dat is Zijn Werk. Wij mogen het voetwerk doen. Hij zorgt voor de oogst. Dat is van alle tijden. Doet u mee? En….Introducés zijn meer dan welkom!

Amen.