DE GESCHIEDENIS VAN ONS ORGEL
Op de dag van de ingebruikname van onze nieuwe kerk op 26 mei 1956, stond op de galerij een "Ruijf" orgel. Dit was een harmonium met bepaalde windvoorziening en wat verzegelde kastjes. Omstreeks 1960 werd dit instrument vervangen door een elektronisch orgel. Eind 1974 gaf de kerkenraad aan de firma Reil in Heerde de opdracht om een pijpenorgel te maken. Op 1 april 1976 werd dit in gebruik genomen.
Het orgel is geheel volgens klassieke principes gemaakt. Hoofd - en rugkassen zijn gemaakt van massief eiken in geboste paneelvorm (evenals de balustrade). De uiterlijke vormgeving is gebaseerd op een reeks bekende mathematische verhoudingen en figuren, die in het verleden algemeen werden toegepast. Deze verhoudingen zijn doorgetrokken op alle andere delen van het instrument. De ouden kenden deze verhoudingen die we de "gevulde snede" noemen reeds. We vinden deze verhoudingen (grof gezegd 5 : 8) terug in allerlei uitingen van de mens: bouwwerken, schilderijen, boeken enz. Deze verhouding blijkt de mens te bevredigen. Deze gulden snede ook wel "Sectio Divinae" is terug te vinden in de natuur, bv. in de verhoudingen van het menselijk lichaam. Zo ook in dieren, planten, kristallen enz. Tot in de 19e eeuw vinden we deze gulden snede terug in onze orgelfronten.
Het orgel heeft twee windladen, uitgerust met sleepladen en voorts twee hoofdbalgen gevoed door een "Meidinger" ventilator. De traktuur is geheel van eikenhout en de klavieren zijn van massief eiken. De ondertoetsen zijn belegd met ebbenhout en de boventoetsen met palmhout en ivoor. Met uitzondering van de Subbas 16 vt (Amerikaans grenen) zijn de pijpen gemaakt van orgelmetaal (een legering van lood en tin). Het orgel heeft 935 sprekende pijpen.
Het orgel is niet gelijkzwevend gestemd maar heeft een Werckmeisterstemming met een kleine correctie. Muziek met geen of weinig mollen of kruisen, bv. alle psalmen en gezangen klinkt daarom mooier zonder dat het spelen in toonsoorten met veel voortekens geheel onmogelijk wordt.
Enkele foto's
Tenslotte volgt nog de dispositie:
| Hoofdwerk C - F3 | Rugwerk C - F3 | Pedaal C - F1 |
| Praestant 8 vt | Praestant 4 vt | Subbas 16 vt |
| Bourdon 8 vt | Holpijp 8 vt | Praestant 8 vt |
| Octaaf 4 vt | Roerfluit 4 vt | Trompet 8 vt |
| Quint 3 vt | Sesquialter II | |
| Octaaf 2 vt | Woudfluit 2 vt | |
| Mixtuur IV | Dulciaan 8 vt | |
| Tremulent op het rugwerk: | ||
| Koppeling HW + RW | ||
| Koppeling Pedaal + HW | ||
| Koppeling Pedaal + RW | ||

Samenstelling Mixtuur:
| C | 11/3 | 1 | 2/3 | 1/2 |
| c | 2 | 11/3 | 1 | 2/3 |
| c1 | 22/3 | 2 | 11/3 | 1 |
| c2 | 4 | 22/3 | 2 | 11/3 |
Samenstelling Sesquialter:
| C | 11/3 | 4/5 |
| c | 22/3 | 11/3 |
© 2007 Emmaüskerk Hattem